1 op 5 Vlaamse kinderen leeft in kansarm gezin
In 2014 leefde 14 procent van de Vlaamse kinderen van 0 tot 17 jaar - of ongeveer 170.000 kinderen- in een kansarm gezin. Bijna een op de vijf Vlaamse kinderen leeft in een gezin dat zich geen week vakantie buitenshuis kan permitteren of dat een onverwachte uitgave van 1.000 euro niet aankan. Dat staat in de Vlaamse armoedemonitor 2016.
Kinderen vormen een belangrijke aandachtsgroep in het Vlaamse armoedebeleid. De Vlaamse regering wil het aantal kinderen in een gezin met een inkomen onder de armoederisicodrempel tegen 2020 met de helft verminderen. Dat betekent dat het aantal kinderen onder de armoederisicodrempel tegen 2020 gedaald moet zijn tot maximaal 60.000.
Drie procent van de kinderen leven in een gezin dat moeilijk een aanvaardbare levensstandaard aankan (ze leven in "ernstige materiële deprivatie"). Dat aandeel is relatief laag, maar bij bijna één op de vijf Vlaamse kinderen kunnen ze zich thuis geen week vakantie buitenshuis veroorloven of kunnen de ouders een onverwachte uitgave van 1.000 euro niet aan.
60.000 Vlaamse kinderen onder de vijftien jaar hebben thuis geen geschikte plaats om huiswerk te maken. 50.000 kinderen kunnen zich niet af en toe nieuwe kleren veroorloven. 40.000 kinderen moeten het doen zonder fiets of ander buitenspeelgoed of kunnen geen vriendjes uitnodigen om te komen spelen.
Het armoederisico is groter bij kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen, gezinnen waar weinig gewerkt wordt of waar geen van de ouders een diploma secundair onderwijs heeft, bij huurders en bij kinderen waarvan minstens één ouder geboren is buiten de EU.
11 procent van de bevolking
In totaal leeft elf procent van de Vlamingen, ongeveer 700.000 mensen, in 2014 met een inkomen onder de armoederisicodrempel. Dat aandeel is het jongste decennium niet duidelijk gestegen of gedaald. Tegen 2020 zou de Vlaamse regering het aandeel mensen met een inkomen onder de armoederisicodrempel gedaald willen zien tot maximaal 430.000.
Minder armoede bij ouderen
Bij ouderen is het armoederisicopercentage de voorbije jaren opvallend gedaald. Mogelijk heeft dit te maken met de verhoging van de laagste pensioenen. Bij werklozen is het armoederisicopercentage dan weer opvallend gestegen. Dat houdt dan weer mogelijks verband met afname van de hoogte van de uitkeringen naarmate de werkloosheid langer duurt.