Janssen bekent opnieuw zogezegde vierde moord
Tijdens zijn resem verklaringen aan de Hasseltse speurders vertelde Janssen ook over de zogenaamde vierde moord in Bütgenbach. "Bijna in trance vertelde hij over Bütgenbach. Een agent hield hem tegen voor een controle en toen dacht hij dat ze niet in de auto mochten zien", verklaarde een van de speurders.
Janssen stak deze namiddag een verwarrend verhaal af. Hij zag een worteldoek, geplooide benen en een persoon. "Ik weet niet hoe ik ze erin gekregen heb", ging Janssen verder. "Ze? ", vroegen de speurders. "Het is het lichaam van een vrouw. Ik wilde het lichaam in het midden van het meer van Bütgenbach op een luchtmatras achterlaten. Ik ben toen iets gaan drinken in het museum in Loksbergen. Maar de fiets, het lichaam en de luchtmatras lagen nog in de auto. De sporen moesten weg. Het was een of twee jaar geleden", zei Janssen. Hij ontkende dat het over Annick ging.
Wie de vrouw van Bütgenbach vrouw was en wat hij met haar gedaan heeft, wist hij niet. Hij wilde het lichaam dumpen. Hij had een plan om dat het in het Nederlands-Limburgse Elsloo te doen, maar dat voerde hij naar eigen zeggen niet uit. Voor die zogenaamde vierde moord is Janssen intussen door de raadkamer in Hasselt buiten vervolging gesteld. Daarna schorste voorzitter Jordens de zitting.
Morgen komen de Hasseltse en Leuvense onderzoekers aan het woord over de wedersamenstellingen van de moorden op Annick, Shana en Kevin. (belga/adb)