Belgen zijn niet langer “superspaarders”
Belgen zijn niet langer “superspaarders” zoals voor de financiële crisis van 2008. Dat blijkt uit een studie van ING. Sinds 2025 laten ze meer geld naar beleggingsfondsen vloeien dan naar bankrekeningen, wat volgens de bank een duidelijke breuk is met het vorige decennium.
Vorig jaar spaarden de Belgen “maar” 12,8 procent van hun beschikbaar inkomen. In de hele eurozone gaat het om 14,7 procent. Hun financiële spaarquote, het deel van hun beschikbaar inkomen dat na aftrek van vastgoedinvesteringen wordt gebruikt om financiële activa te verwerven, bedraagt nog 4 procent (tegenover 6 procent in de eurozone).
Toch behoren de Belgische gezinnen nog altijd tot de meest vermogende van Europa, met een gemiddeld netto financieel vermogen van 257.000 euro per gezin. Binnen de eurozone doen alleen de Luxemburgers beter met 271.000 euro. Het gemiddelde is 166.000 euro.
Rollen omgedraaid
Spaargeld blijft met 51 procent nog dominant binnen de “gemakkelijk mobiliseerbare activa” van de Belgen. Het belang van de beleggingsfondsen stijgt intussen wel tot 34 procent. Beursgenoteerde aandelen waren goed voor 9 procent en obligaties voor 5 procent.
Sinds vorig jaar trekken fondsen meer spaargeld aan dan deposito’s, stelt ING vast. “Over de hele periode 2015-2024 trokken deposito’s nog bijna twee keer zoveel nieuw spaargeld aan als marktbeleggingen. Sinds 2025 is die verhouding omgekeerd. Belgen storten nu gemiddeld 5,6 miljard euro per kwartaal in beleggingsfondsen, tegenover 3,5 miljard euro op deposito’s.”