Europa zet nieuwe stap op weg naar bankenunie
De Europese ministers van Financiën zijn het gisterenavond in Brussel eens geraakt over een eengemaakt systeem voor de aanpak van kapseizende banken. Het systeem is een essentiële pijler van de Europese bankenunie, een megaproject dat moet vermijden dat de belastingbetaler nog langer de factuur betaalt bij bankencrisissen.
Vanaf volgend najaar neemt de Europese Centrale Bank het toezicht over de banken in de eurozone over. Gisteren bereikten de ministers van Financiën na ruim twaalf uur onderhandelen een akkoord over een Europees afwikkelingsmechanisme dat in actie moet schieten wanneer er een falende bank op de radar van Frankfurt verschijnt.
"Dit is een revolutionaire wending in de Europese financiële sector. Belastingbetalers zullen niet langer de rekening betalen wanneer banken fouten maken. Dit beëindigt het tijdperk van massale bail outs", verklaarde eurocommissaris voor Interne Markt Michel Barnier na afloop. Barnier verwees de voorbije maanden meermaals naar het wedervaren van Dexia om het belang van het afwikkelingsmechanisme te onderstrepen.
De ministers spraken af dat een Europese autoriteit in de toekomst moet beslissen hoe een bank op een gecontroleerde manier ontmanteld kan worden. Binnen dat besluitvormingsproces kunnen zowel Europese als nationale vertegenwoordigers hun belangen verdedigen. "We hebben als Belgen een serieuze stem, maar het systeem is ook zo opgezet dat blokkeringen vermeden worden", zo lichtte minister Geens toe.
"Vrees voor complex systeem"
Eerder waarschuwde voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank al voor een te complex systeem. Besluiten over een verkoop, herstructurering of gecontroleerde sluiting moeten immers "in het bestek van een weekend" genomen worden. Ook Barnier uitte de voorbije weken twijfels, maar volgens de Fransman is de besluitvorming gisteren toch nog beduidend vereenvoudigd.
Voor de kosten kan beroep worden gedaan op een gemeenschappelijk, door de banken gespijsd fonds. Dat fonds zal over een periode van tien jaar uitgebouwd worden. In afwachting wordt het fonds opgedeeld in nationale schotten, die opgevuld worden door de banken van een land en enkel aangewend worden voor die banken. Door de jaren heen worden die schotten langzamerhand opgeheven en moet er uiteindelijk een echt Europees fonds van zo'n 55 miljard euro ontstaan.
Eerder werden al afspraken gemaakt over de inspanning die interne belanghebbenden, van aandeelhouders tot grote spaarders, moeten leveren wanneer hun bank in de problemen zou raken. Samen met het fonds moet dat ervoor zorgen dat de overheidsfinanciën niet langer onder druk komen te staan. Tussen oktober 2008 en 2011 werd 4,5 biljoen euro staatssteun verleend om de banken overeind te houden.
Overgangsperiode
Niettemin moeten de lidstaten de eerstkomende jaren ook nog steeds nationale vangnetten voorzien om problemen in de banksector op te vangen. "Het valt niet uit te sluiten dat in een overgangsperiode publiek geld moet ingezet worden", erkent minister Geens. "Er wordt alles aan gedaan om een geloofwaardig fonds op poten te zetten, maar dat vraagt tijd."
De lidstaten moeten nog voor de Europese verkiezingen van mei volgend jaar een compromis bereiken met het Europees Parlement. Dat beloven moeilijke gesprekken te worden. Zo bestaat er in het halfrond ongenoegen over de beslissing van de ministers om het fonds te regelen in een intergouvernementeel verdrag. Dat was een uitdrukkelijke eis van Duitsland, dat lange tijd bezwaren formuleerde tegen een fonds en zich zo beter wil indekken tegen juridische problemen in eigen land.
Gisteren raakten onderhandelaars van de lidstaten en het Europees Parlement het wel al eens over de bescherming van spaartegoeden tot 100.000 euro, eveneens een pijler van de bankenunie. De bankenunie moet het vertrouwen in de Europese financiële sector aansterken, de kredietverlening aan bedrijven verbeteren en bijdragen aan een heropleving relance van de economie.