"Randstad niet in fout bij hoofddoekontslag"
De betrokken consulenten van Randstad hebben in de Hema-zaak geen professionele fouten begaan. "Juridisch konden ze de klant niet verplichten het contract te verlengen. De vraag van de klant valt binnen zijn prerogatief om kledingvereisten op te leggen aan de werknemer". Dat stelt de HR-dienstenverlener in een officiële reactie.
Omdat er veel negatieve reacties van klanten binnenkwamen op het dragen van een hoofddoek, verlengde Hema het contract van de Limburgse vrouw niet. Ze werkte met een uitzendcontract van Randstad in een Genkse vestiging.
Randstad beweert de voorbije maanden net bijzonder veel inspanningen te hebben geleverd op vlak van non-discriminatie, gelijke kansen en de begeleiding van consulenten.
"Het Centrum voor gelijkheid van kansen is -samengevat- van mening dat het dragen van een hoofddoek in de meeste gevallen geen wezenlijk onderdeel van een functie uitmaakt en dat het dragen ervan geen reden kan zijn voor het niet in dienst nemen of het ontslaan van een werknemer. Dit standpunt bleek niet gedeeld te worden door meerdere arbeidsrechtdeskundigen. Hun basisstelling is dat de werkgever wel degelijk het recht heeft om kledingvoorschriften op te leggen aan hun werknemers, uiteraard mits voorwaarden. De jurisprudentie hierover is de voorbije jaren zeer duidelijk", stelt Jan Denys, directeur communicatie van Randstad.
Randstad liet het Centrum op 2 maart weten "dat het de eerder ingenomen stelling van het Centrum inzake hoofddoeken niet kon opvolgen". Daar kwam geen reactie op, aldus het uitzendbedrijf.
"Randstad beschouwt het Centrum als een geprivilegieerde partner en stakeholder, maar is van mening dat het niet het monopolie op correcte juridische interpretatie bezit", aldus nog Randstad. (belga/adha)