De Amiga 500 is terug, en dat werd verdorie tijd
Met The A500 Mini lanceert de Britse fabrikant Retro Games een miniversie van een oude spelcomputer die destijds, in de late jaren 80, schromelijk en onterecht over het hoofd werd gezien door de brede massa. Waarom een comeback van de Amiga 500 hoogst nodig was. En waarom het toestel ook interessant kan zijn voor gamers die nog niet eens geboren waren toen de originele machine verscheen.
Een jaar of vier geleden werden we om de oren gegooid met miniversies van de Nintendo NES, Super NES, Sega Mega Drive, Commodore 64 en Sony PlayStation. Die parade is ondertussen voorbij, maar aan de staart ervan zien we er dan toch nog eentje opduiken: de A500 Mini, gebaseerd op de Amiga 500-huiscomputer waarop tussen 1987 en de vroege jaren 90 ook flink werd gegamed.
Het is een mooie en natuurgetrouwe replica van het originele toestel als pakweg The C64 Mini, de miniatuurversie van de Commodore 64 die dezelfde maker vier jaar geleden op de markt bracht, met net als bij die voorganger een wat vreemd, niet werkend miniatuurtoetsenbord. Maar het ware plezier van het toestel zit natuurlijk binnenin: de 25 voorgeïnstalleerde games. Zometeen lichten we er daar een aantal uit, maar om goed te begrijpen waarom deze gamecollectie zo speciaal is maken we eerst een korte duik in de geschiedenis.
Vergeten gameklepper
In 1987 kwam de Amiga 500 op de markt, als instapversie van de Amiga-computer. Die laatste werd twee jaar eerder met veel bombarie gelanceerd in New York, waar kunstenaar Andy Warhol een tweetal jaren voor zijn dood het toestel op een podium kwam bedienen om er een popart-portret van zangeres Debbie Harry mee te maken. Het bombardeerde de Amiga tot een hebbeding voor creatievelingen en trendsetters, en het merk tot een love brand, zoals Apple dat ook was tot pakweg vijf jaar geleden.
Commodore, het computerbedrijf dat de Amiga op de markt bracht, wilde met de Amiga 500 een goedkopere consumentenversie van die machine op de markt brengen, een toestel dat gewoon op een tv kon worden aangesloten (de originele Amiga 1000 had zijn eigen monitor), maar verder een flink stuk van de hardware van de originele machine in zich droeg. Hij had bijvoorbeeld een kleurenpalet van 4096 kleuren, waarvan er 32 tegelijkertijd op het scherm konden worden getoond, en beschikte over een aparte chip voor de weergave van graphics (net als een hedendaagse gaming-pc), en ook zijn audiochip was een hoop krachtiger.
Gamen ja!
Commodore hoopte erop dat gewone consumenten ermee gingen tekenen, tekstverwerken of elektronische muziek maken, allemaal vandaag heel courante computerbezigheden die toen pas in opmars waren, en het aantal softwarepakketten daarvoor zwol aan. Maar al snel werden de uitstekende multimediacapaciteiten van het toestel vooral voor videogames ingezet. Het toestel zette namelijk visuele prestaties neer die pakweg de Super NES en de Sega Mega Drive pas drie tot vijf jaar na de lancering van de Amiga 500 konden leveren.
Het werd daardoor een vandaag zo goed als vergeten gamecomputer, maar de ongeveer vijf miljoen Amiga 500-eigenaars hadden wel een toestel met een extreem lange houdbaarheid dankzij de superieure hardware in het ding. Die duur gefabriceerde binnenkant van het ding zorgde ervoor dat fabrikant Commodore op de fles ging wegens te weinig winstmarge, maar onder de eigenaars was het een blijvend cultfenomeen. Meer dan 300 games, waaronder het in het pakket van de A500 Mini zittende ‘Worms’, kwamen nà Commodores faillissement in 1994 op de markt.
Natuurgetrouwe replica
Brengt The A500 Mini dat vergeten icoon op een relevante manier terug naar een nostalgisch publiek dat misschien ooit het originele toestel in huis heeft gehad, of misschien zelfs naar een nieuw publiek? De eerste groep zal blij zijn met de vrij natuurgetrouwe minireplica, inclusief de accuraat nagemaakte muis (die nu optisch is, niet met dat balletje dat destijds geregeld blokkeerde omdat de contacten vol huisstof geraakten).
Minder relevant is de gamepad die Retro Games voor het toestel maakte, en die ook de primaire manier is om de interface van het toestel te bedienen. Amiga-games werden destijds met een joystick gespeeld, niet met zo’n controller: dat was meer iets voor Nintendo- of Sega-spelers. Wanneer je een usb-joystick op The A500 Mini aansluit zal die probleemloos werken, maar het ding is waardeloos om het menusysteem te bedienen: dat heeft namelijk meer knoppen nodig dan op zo’n pookje staan.
En die muis? Die zal snel terug in de doos verdwijnen. De interface van The A500 Mini is niet de Microsoft Windows-voorganger Amiga Workbench die destijds meekwam met het toestel, maar een menustructuur, dus die muis kan alleen maar dienen voor bepaalde games. Zoals de voor zijn tijd bloedmooi geanimeerde schaakgame ‘Battle Chess’, die volgens ondergetekende al in de late jaren 80 – tien jaar voor de overwinning van Big Blue tegen Garry Kasparov – een schaakkampioen van vlees en bloed had kunnen kloppen als iemand die partij had georganiseerd.
Verfijnd game-aanbod
Waar The A500 Mini interessant wordt voor oudere én jonge gamers is in het game-aanbod. Natuurlijk kun je nooit een volledig aanbod aan klassiekers in zo’n mini-bakje steken: ook de heruitgaven van andere klassieke spelcomputers misten een aantal titels waarop fans van de originele toestellen zaten te wachten. Maar in The A500 zit een fijnzinnig gecureerd aanbod, met interessante titels die het ook waard zijn om te worden ontdekt door gamers van vandaag.
Dan heb ik het over een titel als ‘Another World’, met zijn ingetogen graphics die vandaag nog naast die van sommige hedendaagse indies kunnen staan. Maar ook over ‘The Chaos Engine’, een knetterende ‘top-down’-shooter uit de latere jaren van de Amiga 500, de alternatieve sporttitel ‘California Games’ of ‘The Lost Patrol’, een rollenspel dat zich – het moeten niet altijd draken en elven zijn - in de Vietnamoorlog afspeelt. En ik garandeer je dat je snel verslingerd zult geraken aan ‘Speedball 2: Brutal Deluxe’, een bikkelharde futuristische sportgame – denk aan de sf-geweldfilm ‘Rollerball’ uit 1975 – waarin mede- of tegenspelers met gebroken schedels in stripvakjes bovenop de actie werden getoond.
Dure grap
The A500 Mini heeft een winkelprijs tussen 130 en 150 euro, en dat is behoorlijk duurder dan pakweg de veel populairdere Super NES Classic Mini van enkele jaren geleden. Voor dat geld heb je dus 25 games, een collectie die competitief is met andere miniconsoles van dit slag, maar het grote verschil is dat ook bijna alle titels die eerder als vulling erbij werden gestanst toppers zijn. Ze zijn zo goed als onbekend, wat de prijs van The A500 Mini niet zo verantwoord maakt gezien hun commerciële waarde, maar als ontdekkingen kunnen ook games als ‘Alien Breed 3D’ (jawel, een firstpersonshooter!), ‘Zool’ (een ‘Sonic the Hedgehog’-eske 2D-platformgame) of ‘Kick Off 2’ (een van de beste voetbalgames voordat ‘Fifa’ het enkele jaren later overnam) tellen.
Pimpen, dat ding
Bovendien kun je, als je alleen al maar over een beetje handigheid met de Windows Verkenner-bestandsstructuur beschikt, ook gewoon andere Amiga-games op The A500 Mini spelen via een usb-stick. Je moet daarvoor een map met speciale software, die je vindt op de website van Retro Games, op het stickje zetten, waarna je gewoon nog even op zoek moet naar de emulatiebestanden (zogeheten roms) van de games in kwestie. De meeste Amiga-games behoren ondertussen tot het publieke domein of zitten in het ergste geval in de grijze ‘abandonware’-zone. Aanraders wat dat betreft zijn de racegame ‘Lotus Esprit Turbo Challenge’, de bloederige actiegame ‘Moonstone’, de actiescroller ‘Shadow of the Beast’, de ‘hard boiled’-adventuregame ‘Borrowed Time’ (te spelen met de muis of een usb-toetsenbord), of het cinematische avontuur ‘Rocket Ranger’. Gewoon even googelen, en je vindt ze zo.