Dit moet je absoluut weten over ‘Elden Ring’
We hebben meer dan tien uur doorgebracht in de betoverende wereld van videogame ‘Elden Ring’, zonder noemenswaardige vorderingen te hebben gemaakt in de verhaalcampagne. Daarom onthouden we ons van een formele review, maar we zetten wel even op rij wat iedere gamer – van casual spelers tuk op interactief entertainment tot hardcoreveteranen – er absoluut over moet weten.
1. Hij is M O E I L I J K
We kunnen dit niet genoeg accentueren: de gevechten in ‘Elden Ring’ zijn ontzettend lastig. Haast iedere vijand die je tegenkomt is wat men een boss noemt, en in minder taaie games pas aan het einde van een level, queeste of missie opduikt. In ‘Elden Ring’ word je meteen geconfronteerd met vijanden die je op dat moment met één tot twee slagen kunnen vermorzelen, en iedere rake slag die je hén uitdeelt, tikt slechts een onbeduidend stukje van hun gezondheidsbalk weg. Dat wordt natuurlijk beter naarmate je je beter uitrust en de vaardigheden van je personage verder uitbouwt, maar je zult ook vaardiger worden in het tijdig wegduiken en het zoeken naar een opening in hun verdediging.
2. Verslagen tegenstanders komen gewoon terug
En dan is er natuurlijk het feit dat het merendeel van je tegenstanders, bij iedere sterfte of iedere keer dat je je personage laat rusten, gewoon worden gereset en dus opnieuw rondlopen. Tja, wat kunnen we zeggen? ‘Elden Ring’ is een game van Hidetaka Miyazaki, een Japanse gamedesigner die een handelsmerk maakte van krankzinnig moeilijke games als ‘Demon’s Souls’, ‘Dark Souls’, ‘Bloodborne’ en ‘Sekiro: Shadow Die Twice’. Miljoenen spelers zweren bij zijn hermetische gamedesign, maar het zijn hoegenaamd geen games voor iedereen.
3. De game is ook M O O I
Tegelijkertijd, en daar zit hem de grote tegenstelling in ‘Elden Ring’, is de wereld van de Lands Between waarin de game zich afspeelt bloedmooi. Wat ook een mogelijke stimulus is voor gamers die hem ondanks de steile moeilijkheidsgraad toch willen proberen, is dat een deel van de wereld mee is gecreëerd door George R.R. Martin, de auteur van de ‘Song of Ice and Fire’-romancyclus waarop tv-reeks ‘Game of Thrones’ is gebaseerd. ‘Elden Ring’ speelt zich niet in dat universum af. Het is ook moeilijk om vast te stellen welke elementen nu van de hand van Martin zijn en welke van Miyazaki, want we waren er niet bij tijdens hun creatieve proces. Maar de wereld van de game is, afgemeten aan de kleine gebeurtenissen die we gepresenteerd kregen en de landschappen die we mochten aanschouwen, een barok fantasymeesterwerk op zichzelf.
4. Je kunt confrontaties uit de weg gaan
En jazeker, je kunt genieten van de wereld van de Lands Between, ook wanneer je niet over de knoppenhandigheid beschikt om de significante vijanden te verslaan: tijdens onze omzwervingen hebben we zo goed als het hele gebied doorkruist, en hadden we tal van relevante ontmoetingen. Belangrijke ontwikkelingen om snel te kunnen reizen, zoals je ‘spectrale ros’ Torrent, krijg je aangereikt zonder dat je ze hebt moeten verdienen. ‘Elden Ring’ is ‘Dark Souls’, maar het is ook een beetje ‘Skyrim’ of ‘Breath of the Wild’: confrontaties kun je altijd uit de weg gaan.
5. Hij vraagt tijd en geduld
Langzaam, dat merkten ook wij tijdens onze tien uren masochisme, krijg je greep op deze wereld. Net zoals je greep krijgt op de wereld van iedere roleplaying-game, het genre waarin Elden Ring zich beweegt. Je verzamelt runen, die je bij ‘Sites of Grace’ (kampvuren, zeg maar) kunt inruilen om het level van je personage te verhogen. Of kunt gebruiken als valuta voor de aankoop van uitrusting. Of, ten derde, om je wapens te upgraden bij een smidse. Tip van het huis, ons aangereikt door de makers van de game: doe eerder dat laatste dan je personagelevel op te krikken. Een beter wapen brengt sneller extra efficiëntie met zich mee in de gevechten dan een hoger personagelevel, met accent op uitgedeelde schade.
Uiteindelijk, naarmate je personage mathematisch beter wordt, zullen onverslaanbaar lijkende vijanden wat makkelijker worden. Maar je zult nog altijd goed moeten pareren, wegrollen en op het juiste moment toeslaan. Een walk in the park wordt het nooit.