Game Boy blies vandaag 25 kaarsjes uit
Vandaag precies 25 jaar geleden werd Nintendo's Game Boy, de eerste zakspelconsole die verwisselbare gamecassettes slikte, gelanceerd. Het toestel groeide snel uit tot een van de bekendste gamemerken en werd een cultuuricoon op zich, en belandde wereldwijd in meer dan 200 miljoen broekzakken. Een korte geschiedenis van dit wonderlijke toestel.
In 1989, nauwelijks vier jaar nadat Nintendo de wereldwijde videogame-industrie opnieuw op de rails zette met zijn NES-huiskamerconsole, sleutelde de voormalige speelkaartenfabrikant (dat was tenminste de corebusiness van het bedrijf toen het aan het einde van de negentiende eeuw werd gesticht) verder aan het toestel waarmee hij eerder al de videogamemarkt had afgetast: een apparaat dat zakcomputerspelletjes kon afspelen. Nintendo bracht in het begin van de jaren '80 al 'Game & Watch'-apparaatjes op de markt, telkens met één videospelletje erin voorgeprogrammeerd, en introduceerde daarmee vandaag nog bekende figuren als Mario en Donkey Kong aan het publiek. Maar de Game Boy, die op 21 april 1989 in Japanse winkels landde (om pas in het najaar bij onze speelgoedhandels terecht te komen), was van een heel andere orde: het toestel speelde net als een huiskamerconsole meerdere games via verwisselbare spelcassettes of 'cartridges'.
De Game Boy werd snel een vaste waarde in de etalage van de speelgoedwinkel, en groeide uit tot een wereldwijd succes: tussen 1989 en 2008 werden er meer dan 200 miljoen exemplaren van het toestel verkocht, over alle versies heen. Het toestel kreeg ook zijn eigen totemtitels op gebied van games: titels als 'Super Mario Land', 'Final Fantasy Adventure', 'Dr. Mario' en 'Metroid' griften zichzelf in het collectieve gamergeheugen. Voor één game betekende de console zelfs een wereldwijde doorbraak: nintendobonzen kochten een jaar na de lancering van de Game Boy een licentie op de Rus Aleksei Pajitnovs blokkengame 'Tetris', dat in zijn Game Boy-versie uiteindelijk 30 miljoen exemplaren verkocht. De Game Boy bleef, zeker voor een toestel met een monochroom scherm, dat in de jaren '90 moest opboksen tegen steeds krachtiger wordende huiskamerconsoles en de eerste multimediapc's, lange tijd op eigen kracht populair: pas in 1998, bijna tien jaar na de lancering van het originele toestel dus, landde opvolger Game Boy Color, de eerste variant met een kleurenscherm, in de winkel.
De jaren daarna sleutelde Nintendo iets vaker aan nieuwe varianten van zijn Game Boy. Nauwelijks drie jaar na de Game Boy Color, in 2001, kwam bijvoorbeeld de Game Boy Advance op de markt, een zakspelconsole die niet alleen games in kleur presenteerde, maar ook in 3D: tot dan toe moesten Game Boys het met een tweedimensionale spelwereld doen. Ook de Advance-variant werd een doorslaand succes: van de 200 miljoen Game Boys die er tijdens de hele levensduur van het toestel werden verkocht, behoorden er meer dan 80 miljoen tot de Advance-soort. De Game Boy Advance werd pas in 2008 officieel afgevoerd door Nintendo, maar het effectieve einde van de Game Boy had zich al enkele jaren eerder ingezet: in 2004 meer bepaald, toen Nintendo met de DS zijn opvolger bekendmaakte. Dat toestel werd zelfs nog populairder dan de Game Boy, die in 2005 parallel met de DS nog een laatste telg kreeg: de Game Boy Micro, een geflopte variant waarvan de productie in 2006 alweer werd stopgezet.
Ondertussen namen opvolgers DS en 3DS het dus over van de Game Boy, maar het originele toestel bezorgde Nintendo een voorsprong op de mobiele gamemarkt die het bedrijf pas de afgelopen jaren moest afstaan aan de plotse opmars van smartphonegames. Tot dan waren toestellen van Nintendo, zowel de Game Boy als de DS-opvolgers, zo goed als incontournable: concurrenten als Sega (met diens Game Gear), Atari (met de Lynx) en zelfs Nokia (tien jaar geleden probeerde dat bedrijf het eventjes met de N-Gage) lanceerden met veel bombarie een toestel dat de Game Boy van zijn troon moest stoten, maar beten allemaal redelijk snel in het stof. Alleen Sony stond min of meer zijn mannetje tegenover de DS en de 3DS, met zijn PSP- en PS Vita-zakconsoles.