Project Cars 3: de racegame waar we echt op zaten te wachten
Dat Project Cars 3 anders is dan z’n voorgangers, is een understatement. Alsof je naar een trilogie kijkt en de derde film het plots over een totaal andere boeg gooit. Fans van het eerste uur gaan bij zo’n aankondiging meteen huiveren. Voor sommige spelers zal dat ook terecht blijken, maar wat ons betreft is het vooral een kwestie van de knop omdraaien en tot de conclusie komen dat we misschien wel de meest complete racegame van de voorbije jaren in handen hebben.
We waren opgelucht toen we hoorden dat Project Cars 3 er zat aan te komen. In enkele jaren tijd is de game een van de grotere namen in het racegenre geworden. De vergelijking met grootmachten als Gran Turismo en Forza blijft dan ook zelden uit. Maar als we bij die twee titels op voorhand weten wat we mogen verwachten, dan heeft Project Cars met deze nieuwe game toch flink buiten de lijntjes gekleurd. Dat nummer drie anders zou zijn, viel wel ergens te voorzien. Nieuwe bazen, nieuwe wetten, weet je wel. Ontwikkelaar Slightly Mad Studios is inmiddels eigendom van Codemasters geworden.
Voor Project Cars is dat een beetje als thuiskomen, want Codemasters is de uitgever van een indrukkende reeks racetitels. Formule 1 hebben ze al enkele jaren naar een ongezien niveau getild met bijzonder knappe games in de officiële F1-franchise. Vorig jaar besloten ze Grid nieuw leven in te blazen, maar daar was niet iedereen van onder de indruk. Die klassieker had beter verdiend en daardoor is Project Cars 3 een verademing. Misschien is deze game wel geworden waar we bij Grid stiekem op hadden gehopt.
Arcade, en toch niet helemaal
Een racegame kan doorgaans twee kanten opgaan: ofwel is het zo realistisch mogelijk, ofwel staat het spektakel centraal. De eerste twee Project Cars-games waren toch eerder een soort simulator. Vandaar ook dat de games om veel geduld vroegen. Eén foutje en je volledige race kon om zeep zijn. Zevenhonderd keer uit dezelfde bocht vliegen? Dat zal je in Project Cars 3 normaal gezien niet overkomen. De makers zijn duidelijk van koers veranderd en laten de game veel meer in de richting van arcade evolueren.
Het spel bestaat uit tien reeksen waarin je kampioenschappen moet winnen en allerlei uitdagingen tot een goed einde brengen. Met de nadruk op uitdagingen, want gewoon winnen is vaak niet het belangrijkste. Je moet bijvoorbeeld alle bochten van een circuit op een goede manier voltooien, tien wagens op een propere manier inhalen, scherpe tijden verbeteren, etc. Al zijn er gelukkig ook wedstrijden waarbij het wel degelijk de bedoeling is om de snelste te zijn. In ruil voor je prestaties krijg je geld en punten, waarmee je nieuwe wedstrijden vrijspeelt en snellere wagens koopt.
Vooral tijdens uitdagingen die weinig met racen te maken hebben, voelt deze game toch erg onwennig aan. Poortjes omverrijden om zoveel mogelijk punten te verdienen? Dat was in de vorige Project Cars-games echt ondenkbaar. Voor gamers met weinig ervaring is het nu bovendien eenvoudig om de instellingen aan te passen, zodat je een beetje op cruisecontrol kunt gaan racen.
Heeft Project Cars 3 dan echt een bocht van 180 graden gemaakt? Dan zouden we misschien toch wat overdrijven. Sommige races voelen nog steeds behoorlijk realistisch aan. En als je voor de juiste instellingen kiest, is racen ook in deze game nog heel uitdagend. Net zoals vroeger pakt de game ook uit met een indrukwekkende hoeveelheid wagens en ook het aantal tracks is amper bij te houden. Dat laatste was bij Grid toch ook eerder teleurstellend. In Project Cars 3 heb je na een half uurtje gamen al meer circuits gezien dan in de hele Grid-game. En die tracks zitten over de hele wereld verspreid, van Brazilië tot in Nieuw-Zeeland.
Veel circuits herken je uit de vorige games, maar er zitten toch ook een paar verrassende creaties tussen. Zo zijn er ook wegwedstrijden die je bijvoorbeeld langs Schotse meren, Toscane en de Franse zuidkust voeren.
Identiteitscrisis?
We mogen zeker niet ontkennen dat de echte fans van Project Cars 1 en 2 wellicht wat ontgoocheld zullen zijn. Alles wat die games uniek maakte, is op de achtergrond verdwenen. En we mogen ook niet over alles met lof zwaaien, want Project Cars 3 laat hier en daar serieuze steken vallen. In de regen of in het donker zijn de graphics bijvoorbeeld bedroevend slecht. Je dashboard in de auto ziet er in sommige gevallen uit als een racegame uit de jaren 90. En dat is toch wel heel jammer als je weet hoe goed Project Cars 2 was. In normale omstandigheden mogen de graphics er nochtans echt wel zijn.
Soms lijkt het alsof het spel met een identiteitscrisis zit en niet goed weet welke richting het uit wil. Al wisten ze dat bij Codemasters maar al te goed. Met Project Cars 3 hebben ze een game voor een breed publiek gemaakt. Racen is een plezier en de AI-tegenstanders laten je niet zomaar wegrijden. Verwacht je niet aan bandenslijtage of mechanische problemen die je moet verhelpen, maar wel aan stevige raceactie. En met al die races ben je echt wel een tijdje bezig.
Daarnaast kan je ook online aan de slag met Project Cars 3. Er worden op vaste tijdstippen races gehouden waar je aan kunt deelnemen, en je mag ook zelf wedstrijden organiseren.
Conclusie
Je vergeet heel snel dat je een Project Cars-game aan het spelen bent. De ene zal dat verlies niet te boven komen, maar voor de andere zal Project Cars 3 gewoon een erg vette racegame blijken. En misschien is het dus wel die game waar we al een tijdje op aan het wachten waren.
Tot slot nog dit: het woordje ‘Cars’ stond in de eerste Project Cars voor ‘Community Assisted Racing Simulator’. Die naam gaat voor de huidige game niet meer op. Een simulator is het zeker niet. Noem het gerust een arcadegame, maar dan eentje die er niet in slaagt om het verleden volledig te begraven. Vooraleer je sommige circuits onder de knie krijgt, ga je vast nog een paar in het decor belanden. Een oude vos verliest zijn streken niet … Gelukkig maar!