Electrabel wil in vijf jaar meer dan 100 windmolens bouwen
Energieproducent Electrabel zet de komende jaren volop in op windenergie. Tegen 2020 wil het bedrijf meer dan honderd nieuwe windturbines bouwen op het land, wat overeenkomt met een verdubbeling van de huidige capaciteit. Dat is vandaag gezegd tijdens een persconferentie.
Electrabel had eind vorig jaar 94 windturbines op het land, verspreid over 26 parken. Die windmolens hadden samen een capaciteit van 175 MW en produceerden voldoende elektriciteit om het verbruik van 100.000 gezinnen te dekken.
De energieproducent kondigde vandaag een versnelling aan in de bouw van windparken op het land, met als doelstelling om tegen 2020 de capaciteit meer dan te verdubbelen tot 400 MW. "We gaan de komende 5 jaar evenveel windmolens bouwen als we de voorbije 15 jaar gedaan hebben", stelde Nico Priem, hoofd ontwikkeling windenergie.
Concreet zullen dit jaar nog 25 nieuwe windmolens in gebruik worden genomen, verdeeld over zes parken in Vlaanderen en twee in Wallonië. De volgende jaren zou het gaan om een twintigtal per jaar.
Om die windturbines te bouwen, is een investering van in totaal circa 400 miljoen euro nodig. Omdat Electrabel steeds met partners werkt, zou ongeveer de helft van dat bedrag voor rekening van Electrabel zijn. Voorbeelden van partnerschappen zijn die met intercommunales in Wind4Flanders en de coöperatieve Electrabel CoGreen, waarin ondertussen bijna 500 burgers hebben geparticipeerd.
Een andere samenwerking is GreenSky. Samen met de stad Sint-Truiden, spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel en de Brusselse Elektriciteitsintercommunale IBE wil Electrabel 25 windmolens bouwen langs de snelweg E40 Brussel-Luik, waar ook een hst-lijn loopt.
"We willen de grootste groenestroomproducent van het land blijven", beklemtoonde Electrabel, dat wel wees op een aantal obstakels voor de ontwikkeling van windenergie. Zo hanteren de gewesten erg verschillende regels, duurt het gemakkelijk 3 tot 4 jaar om een project te ontwikkelen, en is er "bijna systematisch" fel protest van omwonenden. Vooral in Wallonië, initieel de grote motor van windenergie, is het steeds moeilijker om projecten te concretiseren: tussen 2009 en 2014 kon Electrabel er slechts tien windmolens bouwen.
Behalve met windenergie op het land, is Electrabel ook bezig met offshore-windenergie. Het participeert voor 35 procent (de overige 65 procent is in handen van het consortium Otary) in het project Mermaid, dat in de Noordzee 27 tot 41 windturbines (of 232 tot 266 MW) wil gaan bouwen. Mermaid is de verst van de kust gelegen concessie (60 kilometer). Het windturbinepark zou tegen eind 2020 operationeel moeten zijn. De totale investering bedraagt 1,1 miljard euro.
Volgens Electrabel past de focus op windenergie in de Belgische doelstelling om tegen 2020 13 procent van het energiegebruik te halen uit hernieuwbare-energiebronnen.
Electrabel, onderdeel van de Franse groep Engie (vroeger GDF Suez), had eind 2014 een geïnstalleerde capaciteit van 486 MW aan hernieuwbare energie. Behalve om windenergie (175 MW) ging het om biomassa (285 MW), hydraulische energie (22 MW) en zonnepanelen (4 MW). De totale productiecapaciteit van het bedrijf bedroeg meer dan 9.000 MW, waarvan bijna de helft uit kernenergie bestond.