Exxon betaalt niet voor olielek, "want het is geen olie"
Oliebedrijf Exxon moet geen bijdrage leveren aan het Amerikaanse opkuisfonds voor olielekken, ondanks het grote olielek in de Amerikaanse staat Arkansas. Wegens een achterdeurtje in de wet is de gelekte substantie geen olie, maar een aangelengde vorm van een half-vaste soort petroleum.
Normaal gezien moeten bedrijven die olie vervoeren 0,08 dollar per vat doneren aan het Oil Spill Liability Trust Fund. Dat wordt door de Amerikaanse regering gebruikt om snel te kunnen optreden bij lekken. Wegens een achterdeurtje moet Exxon echter niet betalen voor de olie die vervoerd wordt door de gescheurde pijpleiding. Het gaat volgens Exxon namelijk om 'dilbit', of 'diluted bitumen'. Dat is een dikke, plakkerige, half-vaste vorm van petroleum die vloeibaar wordt gemaakt om te vervoeren.
De gevolgen voor het milieu zijn echter hetzelfde als bij een 'echt' olielek. Volgens Exxon werd minstens 300.000 liter van het goedje gelekt voor de leiding werd afgesloten. Enkele dagen geleden dook er al een filmpje op over de olie die door de straten van Little Rock stroomde, maar intussen werd het lek ook uit de lucht gevisualiseerd (zie filmpje bovenaan). Daaruit blijkt duidelijk dat de olie ook in rivieren en meren stroomde.
Opkuis
Exxon is volop bezig met de opkuis. Intussen werd al 1,5 miljoen liter olie, water en chemicaliën verzameld. Ook zal het bedrijf inwoners vergoeden en zelf nieuwe tuinen aanleggen voor de getroffenen. Het dierenrijk is daar echter niet mee geholpen, want al snel doken er foto's op van besmeurde en dode dieren.
Exxon had al geen al te beste reputatie in de Verenigde Staten. In 1989 veroorzaakte olietanker Exxon Valdez namelijk een milieuramp voor de kust van Alaska. Tot de ramp met het olieplatform Deepwater Horizon drie jaar geleden, was het de grootste milieuramp in de VS.