Proces Eternit: openbaar ministerie Turijn gaat in beroep
Het openbaar ministerie in de Italiaanse stad Turijn tekent beroep aan tegen het vonnis van het Eternit-proces. Volgens het openbaar ministerie moet er in het zogenaamde asbestproces ook rekening gehouden worden met sommige verjaarde zaken.
Twee voormalige Eternit-toplui, de Belgische baron Jean-Louis de Cartier en de Zwitserse miljardair Stephan Schmidheiny, werden in februari tot zestien jaar cel veroordeeld wegens de dood van tweeduizend mensen in de Italiaanse vestigingen van de Eternit-groep spa Genova. Ze werden veroordeeld wegens "het opzettelijk veroorzaken van een milieuramp" en "het bewust verzuimen van een rampenplan".
De rechtbank oordeelde dat de twee verantwoordelijk waren voor het negeren van de veiligheidsvoorschriften in de vestigingen in Piémonte en Casale Monferrato. De rechter was evenwel van mening dat de feiten in de vestigingen in Rubiera (Emilia-Romagna) en Bagnoli (nabij Napels) verjaard waren. Het openbaar ministerie in Turijn laat vandaag weten beroep aan te tekenen tegen die beslissing. Volgens het openbaar ministerie moet ook voor de feiten in die vestigingen een veroordeling komen.
De Cartier is voormalig bestuurder en minderheidsaandeelhouder van Eternit Italië, Schmidheiny de voormalige eigenaar van Eternit, die van 1976 tot 1986 een belangrijke aandeelhouder was van Eternit Italië. De twee moeten ook een schadevergoeding van 100 miljoen euro betalen. Ze weigeren die vergoeding te betalen.