Proces tegen BP week uitgesteld
In New Orleans is de rechtszaak tegen oliereus British Petroleum (BP), die maandag zou starten, met een week uitgesteld tot 5 maart. Het uitstel in het proces, dat verantwoordelijken moet aanduiden voor wat Obama de ergste milieuramp voor de Verenigde Staten ooit oemde, moet de verschillende betrokken partijen meer tijd gunnen om tot een schikking te komen. Dat heeft de Britse petroleummaatschappij zondagavond aangekondigd in Londen.
"Er is geen garantie dat de gesprekken tot een akkoord leiden. Verdere communicatie volgt als dat aangewezen is", zo luidt het in het persbericht. Eerder verklaarde BP-topman Bob Dudley dat de petroleumreus zich opmaakt voor het proces, terwijl het bedrijf ook open blijft staan tegenover een "eerlijke regeling".
De federale Amerikaanse overheid, verschillende Amerikaanse deelstaten en lokale autoriteiten sleepten BP en zijn partnerbedrijven voor de rechter voor de geleden schade. Maar ook BP probeert via gerechtelijke weg de kosten voor de olievervuiling op enkele vroegere partners te verhalen.
Honderden miljoenen liter olie in zee
Eind januari oordeelde een Amerikaanse rechtbank alvast dat de Zwitserse exploitant Transocean slechts gedeeltelijke schuld treft. Een andere partner bij wie BP 20 miljard dollar vordert, is de Amerikaanse dienstverlener aan de olie- en gasindustrie Halliburton, die BP destijds had ingehuurd op het boorgat in de zeebodem te cementeren.
Op 20 april 2010 vond een ontploffing plaats op het platform Deepwater Horizon, op zowat 80 kilometer voor de kust van New Orleans. Het incident kostte aan elf mensen het leven. Honderden miljoenen liter ruwe olie kwam in de Golf van Mexico terecht, tot de bron pas in september van dat jaar definitief kon worden gedicht. Honderden kilometer kust raakten besmeurd. (dpa/dea)