Virtuele realiteit en reële bikinibabes staan centraal op Tokyo Game Show
Ooit was Japan dé pionier, bakermat en voortrekker van de videogame-industrie. Sony, SEGA, Nintendo, Atari en Namco veroverden de wereld. Eerst via de arcadehallen en daarna met videogameconsoles die steeds meer televisieschermen kaapten.
Gameboys, PlayStations, MegaDrives... de generatie die opgroeide op met Pong, Pac-Man, Sonic en Mario heeft ondertussen kinderen gekregen voor wie videogames een vanzelfsprekendheid zijn, maar nostalgie niet. Zij kijken, net zoals de 'oudere' gamers, steeds minder naar Japan als hofleverancier van games.
Hoogmis en thuismatch
De Tokyo Game Show, de jaarlijkse hoogmis van de Japanse gaming-industrie, moet wat globale relevantie betreft de Amerikaanse E3-beurs en sinds enkele jaren ook de Europese Gamescom voor laten gaan. Japanse ontwikkelaars en uitgevers hebben het alsmaar moeilijker om hun waren in het Westen aan de man te brengen. Sommigen hebben het over een koppige onwil, anderen over een onvermogen om in te spelen op de niet-Aziatische speler. Een moeilijk te overbruggen cultureel verschil, waarbij dat handvol Japanse hitseries dat het bij ons wel sterk doet of blijft doen, eerder regel dan uitzondering heeft gemaakt.
En dat verschil is nergens zo duidelijk merkbaar als op die Tokyo Game Show. Ruwweg twee derde van de hier getoonde games is zuiver op de Japanse of de Aziatische markt gericht. Ze draaien om populaire anime- en mangaseries die (nog) niet tot bij ons zijn geraakt. Er zijn ook de games die niet voor niets JRPG oftewel Japanese Role Playing Game genoemd worden en op een handvol importexemplaren al jaren geen vruchtbare voedingsbodem meer vinden in het Westen. En dan zijn er nog die categorie games die variëren van prettig gestoord tot volledig van de pot gerukt of bij ons gewoonweg lijken te smeken om een ban door censuur- en fatsoenscommissies. Op heel wat stands weet een buitenstaander niet eens wat precies de bedoeling is en in sommige gevallen is dat waarschijnlijk maar beter ook.
Vieze oude man
Een Europeaan van boven de 30 die op deze beurs rondloopt met een camera, gaat zich snel een vieze ouwe man voelen. Dat heeft minder te maken met de peutervriendelijke pluche mascottes waarover je hier struikelt en heel wat met het legioen schaarsgeklede boothbabes dat de aandacht naar de stands hoopt te trekken. Een op het eerst gezicht vleesgeworden natte droom van cartoonisten met een fetisj voor voluptueuze amazones en/of net puberende schoolmeisjes.
Dat niets zo goed de waterdichtheid van een nieuwe smartphone demonstreert als twee binikibabes die het toestel in een glazen bad bezigen, dat is met wat goeie wil nog te begrijpen. Waarom een toetsenbord dient aangeprezen in een trouwjurk die van een pornoset lijkt gestolen, al heel wat minder. Seksistisch? Absoluut. Maar wat dan met de honderden jongedames onder de bezoekers die hier in hun met zorg zelfgemaakte cosplayoutfits rondlopen? Outfits die vaak al even 'suggestief' zijn en waarin ze onvermoeibaar urenlang poseren voor het legioen 'amateurfotografen' dat speciaal hiervoor lijkt aangerukt.
Invasie uit het Westen
Tokyo Game Show echter afdoen als een rariteitenkabinet is echter al te kort door de bocht. Hier worden games voorgesteld die misschien voor ons niet, of niet langer relevant zijn, maar alleen al in Japan op een miljoenenpubliek kunnen rekenen. Wie daarnaast ook nog een hit in Korea en/of China kan scoren, heeft die Westerse gamer immers niet echt nodig. En omgekeerd zien we een handvol uitgevers uit de VS en Europa die het op de Japanse speler voorzien hebben. Zoals 2K Games dat hier met Mafia III de stand van de lokaal populaire Yakuza-gamereeks overtroeft, Bethesda dat met The Elder Scrolls Online een game afleverde dat op maat gemaakt lijkt voor deze markt, of de jongens van Wargaming die met hun tank- en zeeslaggames verdomd goed boeren op de Aziatische markt.
Gevestigde waarden
Daarnaast schitteren hier ook een paar grote spelers die hun stempel internationaal nog wel blijven doordrukken of nog wel een paar wereldhits in het verschiet hebben. Zoals Sony dat hier zijn nieuwe versies van de PlayStation 4 console voorstelt en waarvan we de binnenkort verschijnende PlayStation VR-bril lang niet enkel op hun eigen stand opduikt. De organisatie van Tokyo Game Show klopt zich op de borst dat "hier de VR écht wordt afgetrapt". Dat valt vooralsnog af te wachten, maar meer dan 100 games die in virtual reality te spelen zijn, dat wil toch iets zeggen. Ouwe rot Capcom zet vooral in op de volgende aflevering Resident Evil. Square Enix brengt hier de nieuwste Lara Croft aan de man en speelt met Final Fantasy een makkelijke thuismatch.
Opmerkelijk groot was de aanwezigheid van gevestigde gamewaarde en Pac-Man-oervader Namco Bandai. Die heeft met de nog steeds springlevende vechtgamereeks Tekken nog steeds een bovenmaatse voet binnen de Westerse deur, terwijl de relatief nieuwere Dark Souls-serie blijkbaar de sweet spot gevonden in wat zowel oosterse als westerse gamers aanspreekt. Daarnaast is Namco Bandai niet te beroerd om westerse studio's in de arm te nemen die makkelijker de vingers op de pols van de westerse spelers weten te leggen. Little Nightmares, waarover we hier binnenkort meer hopen te vertellen, is daar een tekenend voorbeeld van.
Echt veel nieuws en nieuwigheden vielen er dus ook dit jaar weer niet te rapen op de Tokyo Game Show. Hoewel de beurs zelf na een paar magere jaren bij deze editie weer een aangenaam gezond gegroeid leek, is voor de speler van bij ons nagenoeg alles al gezegd op de voorbije E3 en bevestigd op Gamescom. Een belevenis en een aanrader blijft het echter sowieso. Zolang je als 30-plusser je camera thuislaat toch.