De vijf videogame-teleurstellingen van 2014
Welke games de bèste zijn, daar hebben we het al uitvoerig over gehad. Maar er zijn dit jaar een paar teleurstellingen geweest, zelfs van grote producties, waarvoor we je graag een tweede keer willen waarschuwen. Als je op een beetje gameplezier uit bent tijdens de kerstvakantie, mijd je het beste de games uit dit lijstje.
Ze verkochten niet per definitie slecht, hebben hun momenten, en kregen ondanks een paar slechte reviews (waaronder dus de onze) meestal toch hun publiek rond zich geschaard. Maar wanneer we ze op langere termijn aanschouwen, in het licht van het volledige aanbod dat dit jaar de revue passeerde, moeten we bevestigen dat we deze games terecht te licht bevonden. Of, in één geval, dat de lol die we de game terecht toeschreven van een kortstondigere duur was dan we durfden vermoeden. Klaar? Hier zijn de game-teleurstellingen van 2014 op een rijtje.
'Assassin's Creed: Unity'
Wat een feest had moeten worden voor de 'Assassin's Creed'-fans met een nieuwe console werd de grootste teleurstelling van het jaar. De game kwam half afgewerkt in de rekken, maar dat brengen we niet eens in rekening: Ubisoft volgde daarmee gewoon een kwalijke evolutie die bijna alle gamemakers lijkt te typeren - dat ze games vol programmeerfouten lanceren en de speler maar enkele dagen of weken doen wachten op de verlossende downloadbare 'patch'. Veel erger bij 'Assassin's Creed: Unity' was echter de pover gebalanceerde gameplay, waarbij de combat moeilijker werd gemaakt om je tot sluipen te dwingen, maar dat de pure actiesequenties - die er dan toch ook weer in moesten - pijnlijk scheeftrok. Bovendien loopt de game verloren in zijn eigen besturing: de opties bij één knop spreken elkaar vaak zodanig tegen dat je de compleet verkeerde actie uitvoert.
'Destiny'
Als MMO-schietgame (voor de liefhebbers van onlinegames met een massief grote wereld) begint Activisions 'Destiny' een beetje op gang te geraken, met epische 'raids' die je alleen in groep kunt aanvatten, en er is een grote niche aan spelers die ondertussen zweren bij de game. Maar als shooter voor de mainstreamspeler, een publiek dat uitgever Activision nochtans óók had beloofd te bedienen met 'Destiny', schiet de game zwaar tekort. De verhaallijn is niet half zo beklijvend als vooropgesteld, en zeker de rijkdom aan doorspeelbare werelden was een grote afknapper.
'Titanfall'
Schietgame 'Titanfall' gaven we ten tijde van zijn release terecht een hoge score en een hoop complimenten, en al die lof is nog altijd terecht: de reuzenrobots die als een hoogtechnologische 'deus ex machina' uit het luchtruim kwamen gevallen waren een enorme vernieuwing, en de besturing van je piloot was een revelatie op gebied van messcherp besturingsdesign. Een baanbrekende game, kortom, die een potentiële nieuwe wind blies in het belegen 'first person shooter'-genre. Maar waarom liepen spelers er weer even enthousiast van weg als ze kwamen? Misschien omdat de al van in den beginne niet zo beklijvende ruimtelijke content (de 'maps' dus) niet meteen rijkelijk werd aangevuld door uitgever Electronic Arts?
'Driveclub'
Iedere gameconsole heeft een goeie racegame nodig: dat is namelijk een genre dat iedereen, inclusief nieuwe spelers of niet-gamers, begrijpt, en waarmee je in ieder denkbaar gezelschap de console kunt aanzetten. Bovendien levert het goeie gameplay in kleine porties op, zonder dat je uren van je avond moet reserveren. Wie een PlayStation 4 heeft, moet helaas nog eventjes wachten tot er zo'n deftige racegame op de markt komt. 'Driveclub', de titel waarmee Sony het genre op zijn kop wilde zetten, bleek namelijk een zondagsritje met het niveau van een mindere 'Need for Speed'-aflevering, met onlinefeatures die een pak minder spannende raceactie op bleken te leveren dan de makers hadden beloofd.
'Thief'
De allereerste échte teleurstelling op de nieuwe generatie consoles kwam ergens in het voorjaar in de winkelrekken. De remake/sequel op sluipklassieker 'Thief' bracht je in een wereld die te schraal was, met een visuele presentatie die niet meteen het onderste uit de kan haalde bij de nieuwe hardware, oubollige gameplay en slecht gebalanceerde artificiële intelligentie van je tegenstanders. Het was de eerste game die aantoonde dat een miskoop ook bij de knapperige nieuwe hardware om de hoek bleef liggen.