'Football Manager 2014': Na 1.000 aanpassingen niks veranderd
U kan bij databanken, cijfertjes en oplichtende tekstbalken de opwinding van een bekerfinale voelen? Dan is er geweldig nieuws voor u: de nieuwe 'Football Manager' is uit, en hij is ondanks duizend wijzigingen weer net hetzelfde als alle vroegere versies.
Zaterdagavond, kwart voor tien. Het middelmatige team waarvoor je - net zoals je vader en grootvader - al je hele leven supportert, slikte in blessuretijd een dodelijk tegendoelpunt. Alweer. Terwijl de ploeg troosteloos onderaan de rangschikking blijft hangen, neem je somber afscheid van je vrienden. Je laat dat laatste biertje in de kantine staan, te bitter. Natuurlijk geef je de schuld voor het zoveelste verlies aan de scheidsrechter, maar diep vanbinnen weet je wel beter. Een verdediging op lemen benen, een middenveld met de creativiteit van een pallet opritklinkers en een spits die alleen scoort in de krant, waar hij ook komende maandag weer zijn medespelers, trainer en bestuur zal schofferen: het komt ook dit seizoen niet meer goed met dat team van je.
Thuisgekomen zet je de pc aan, en wordt alles anders. Je team won net de Europa League en weet zich voor volgend seizoen verzekerd van de diensten van de topschutter van de Africa Cup. 'Football Manager', sinds 1992 de troostende vriend van elke voetbalfan, is aan editie 2014 toe.
No-hopers en wereldsterren
Op het eerste gezicht is 'Football Manager' (of 'FM', zo heet deze reeks sinds het in 2004 tot een breuk kwam kwam tussen ontwikkelaar en uitgever van het toenmalige 'Championship Manager') niet veel soeps. Tabellen met uitslagen, lijstjes van doelpuntenmakers, rangordes van assistgevers, en in cijfers uitgedrukte sterktes en zwaktes van voetballers, scouts, managers en jeugdcoaches. Op basis daarvan kies je een team, en leid je die ploeg na een tergend trage voorbereidingsperiode naar een aantal competities waarin je niet eens zelf meespeelt. Is er al eens een wedstrijd te zien, dan is die zo oubollig vormgegeven dat het pijn doet. De niet-liefhebber snapt dan ook niet waarom een mens een nanoseconde van zijn tijd zou besteden aan dit spel, laat staan dat-ie er hele nachten mee zoek maakt.
Maar de niet-liefhebber, die kent er niks van. De 'FM'-afficionado kiest met passie de spelers van zijn hart - vergeet de sterren uit Manchester of Barcelona, de échte gamer gaat voor no-hopers uit Novi Sad, Oslo of Molenbeek - en begint met het enthousiasme van een schoolbus vol kleuters op weg naar Bellewaerde aan zijn carrière als voetbalmanager. Wat cijfertjes en lettertjes lijken, worden jeugdspelers die tot wereldsterren uitgroeien, oplopende supportersschares en een prijzenkast die afgeladen vol staat met bekers en titelschalen die je ploeg allemaal aan jou heeft te danken.
Sinds de jaren '90 is er ten gronde helemaal niks veranderd aan het spelletje. De Dennis Bergkamps, Eric Cantona's en Ronny Van Geneugdens van weleer maakten weliswaar plaats voor Vincent Kompany, Lionel Messi of Eden Hazard, de uitdagingen bleven dezelfde. Als klein ploegje moet je roeien met de riemen die je hebt, als groot team moet je presteren onder zware druk om prijzen te pakken, of je gaat de laan uit. Die basis blijft bepalend voor hoe je dit spel hoort te spelen, en de 'meer dan duizend' aanpassingen die de titel dit jaar onderging (waaronder snellere contractonderhandelingen en realistischere interactie met spelers en media) zijn in wezen niks meer dan voetnoten.
Spuuglelijk en verslavend
Toen ik de vroegere versie van deze game ergens in de vroege jaren negentig te pakken kreeg, vielen er twee dingen meteen op. Het spelletje was a) spuuglelijk en b) enorm verslavend. Het koketteerde zelfs met die verslavende kwaliteiten: als je een aantal seizoenen na elkaar speelde, raadde de game je aan om toch maar eens te gaan slapen of te kijken of de goudvissen in je aquarium nog niet van ontbering waren gestorven.
De sarcastische grapjes zijn intussen verdwenen, de lelijkheid van het spel is gebleven. De makers deden best moeite om hun game naar 2014 te brengen door wedstrijden te tonen alsof ze op tv komen. Met keuze uit verschillende camerastandpunten, verschillende soorten stadions en in clubkleuren uitgedoste fans. Het resultaat is even aandoenlijk als hilarisch. De stadions lijken nog steeds nergens naar, de fans lijken weggelopen uit 'FIFA 2001' en als je de steden of landschappen ziet die rond de voetbalarena's werden gezet voor wat couleur locale, denk je: 'Laat toch zitten, jongens.'
Gelukkig doet dat er allemaal niet in het minst toe. De echte schoonheid van deze titel blijft in de oplichtende balkjes, de rangschikkingen en de statistieken zitten. Voor wie dat begrijpt, maakt al de rest niks uit. Premier League, here we come!