GAMEREVIEW. ‘It Takes Two’ is de ideale buddy-game
Je moet er wel vrienden voor hebben, en bovendien ofwel een tweede controller in huis ofwel een vriend met zijn eigen console of gamingpc, maar als aan al die voorwaarden voldaan is heb je aan It Takes Two een game die we nu al tot de toppertjes van dit jaar rekenen. Een razend origineel en verrassend co-op-spel waarin je zo op elkaar bent aangewezen dat je elkaar misschien zelfs beter zult leren kennen.
Je leert elkaar pas écht kennen wanneer je uit elkaar gaat, zo luidt een aloud – en nogal cynisch – volksgezegde. Maar het lijkt alsof de Deens-Libanese gamemaker Josef Fares het als allereerste op zijn blocnote neerpende toen hij het idee van It Takes Two vorm gaf, een game waarin echtelieden May en Cody op het punt staan om een punt te zetten achter hun huwelijk. Maar dat moet allemaal even wachten wanneer ze, op magische wijze, veranderen in twee miniatuurpoppen van hun door echtscheidingsverdriet verteerde dochter. Nu moeten ze ten eerste obstakels ronden die hun eigen woonst opwerpt (het doet vaak een beetje denken aan Disneyfilm Honey, I Shrunk the Kids), maar worden ze ook begeleid door Dr. Hakim, een magisch sprekend boek dat als een soort liefdescoach optreedt, en hen tijdens hun beproevingen weer dichter bij elkaar probeert te brengen.
Kies je vriend(in)
Net als A Way Out, de eveneens op co-op gerichte voorganger uit 2018, kun je It Takes Two niet in je eentje spelen: het moét met twee. Maar verder hebben ontwikkelstudio Hazelight en uitgever Electronic Arts alles gedaan om zo veel mogelijk frictie weg te nemen. Speel je de game met tweeën thuis? Dan neem je gewoon allebei een controller ter hand. Maar spelen op afstand kan ook, en je medespeler hoeft daar niet eens de game voor te hebben gekocht: je stuurt gewoon een Friend Pass uit, die voor zo lang jullie samenspelen recht geeft om de game te downloaden en te spelen.
Eerste tip: denk goed na over met wie je de game speelt. Bij voorkeur je allerbeste vriend of vriendin of je levenspartner. Niet iemand waarbij er wat frictie in de vriendschap zit, want die komt er gegarandeerd uit tijdens het spelen. Je bent aangewezen op elkaars behendigheid, gevoel voor timing, volharding en gezond boerenverstand, en je moet bovendien soms eens wat verbale agressie (à la ‘Loser, wat doe je nu?’) van elkaar kunnen verdragen.
Prettige verrassingen
Dat was ook al zo in A Way Out, maar het verschil tussen die game It Takes Two is dat deze nieuwe Hazelight-worp veel meer een… mja… game is. A Way Out draaide eerder om interactie van een filmische soort, met een stevige focus op het oplossen van puzzels. Voor het ronden van It Takes Two heb je wat conventionelere gamevaardigheden nodig: het is in zijn diepste essentie een 3D-platformgame, inclusief bossgevechten. De game zit vol prettige verrassingen, en doorheen de speeltijd (ergens tussen twaalf en vijftien uur) blijven de ontwerpers constant nieuwe spelmechanieken introduceren.
Niet alle puzzels zijn foolproof: op meerdere momenten gingen ondergetekende en diens speelmaat het veel te ver zoeken, ook al omdat er vaak mogelijkheden zijn om wel één van de twee over het obstakel te krijgen, maar niet allebei. Er zijn ook wat kosten aan de checkpoint-economie van de game: je moet soms nét iets te ver terug bij een slecht uitgevallen sprongetje, zodat je een horde opnieuw moet nemen die al vòòr degene verscheen waar het misging. Maar nu ben ik écht aan het muggenziften: onthou gewoon dat It Takes Two een uitstekende, originele, bij momenten zelfs met briljantie flirtende game om met tweeën te spelen is.