GAMEREVIEW 'Maneater' brengt moorddadige pret à la 'Carmageddon' terug
Als een hongerige haai door het water stiefelen, hier en daar een nietsvermoedende vakantieganger opvretend: hoe snel kun je een game als het langverwachte Maneater eigenlijk beu worden? We testten het uit.
De eerste momenten waarop je haai het sop kiest in Maneater, staat de hele onderzeese fauna op het menu, telkens met de voedingswaarde erbij. Makrelen, schildpadden: ze gaan vlot achter de kiezen, al dan niet na ze eerst lam te hebben geslagen met je staart. Slechts minuten daarna kan de eerste mens al worden opgevreten: een nietsvermoedende zonnebader op het strand die even een verkoelende plons wilde maken. Zijn laatste, want al snel wordt het water rood gekleurd met zijn bloed en ingewanden. Voor een hongerige haai maakt het allemaal geen verschil: vlees is vlees.
Carmageddon-vibe terug
Het maakt van Maneater een ideale game voor spelers oud genoeg zijn om de moorddadige pret van oudje Carmageddon (1997) te missen: de actie is zo tongue-in-cheek, en zodanig overgoten met een sausje van baldadige humor, dat ze de gruwelen overstijgt. Een mens die wordt opgepeuzeld terwijl die gebeurtenis wordt becommentarieerd door een lijzige voice-overstem, als ware het een Discovery Channel-documentaire, is moeilijk om serieus te nemen.
Daarmee alleen al valt Maneater wel eventjes uit te zingen, maar er is meer: er zit zowaar een verhaal in dit ding. Pal in het begin van de game, eens je de motorische vaardigheden een beetje onder de knie hebt, word je terug een babyhaai, die wraak moet nemen op de haaienjager Scaly Pete, die in het begin van de game een harpoen door het lijf van zijn moeder heeft gejaagd. Dat maakt de volgende twee uren van de game iets minder prettig, maar naarmate je beest groeit, zwelt ook de wrede pret weer aan.
Diepgang
Tripwire Interactive, de Amerikaanse studio die eerder achter de zombieshooterreeks Killing Floor zat, noemt Maneater een “ ShARkPG”, en die claim is een klein beetje overdreven: het is een beetje vergezocht om deze game, waarin het jagen en het oppeuzelen van steeds grotere beesten (waaronder dus de homo sapiens, inclusief diens vaartuigen) centraal staat, een role playing game te noemen. Maar er zit wél een behoorlijk diepgaand upgradesysteem in, waarin onder meer je sonar, vinnen, staart en kaken steeds groter worden naarmate je meer en krachtigere tegenstanders hebt vermaald. Vanaf een bepaald moment zwemt Maneater ook richting de territoriale wateren van Absurdistan: na een paar upgrades kun je bijvoorbeeld je prooi elektrocuteren, en ook je sprongkracht gaat vanaf een gegeven ogenblik ver voorbij wat de natuur heeft voorzien.
Alles bij elkaar heb je tien tot vijftien uur pret aan Maneater. Dat hadden er evengoed vijf kunnen zijn, want de rek in dat zonet genoemde upgradesysteem is er bij momenten wel een beetje uit. Het is een game die wat baadt in herhaling. Maar het is behaaglijke repetitie, en daar speelt ook de prachtig vormgegeven onderzeese wereld in mee.
Maneater is uit voor PlayStation 4, Xbox One en pc.