‘Resident Evil Requiem’ is een soort greatest hits met een fenomenale binnenkomer
‘Resident Evil’ gaat, zacht uitgedrukt, al een tijdje mee. Sinds de eerste worp in 1996 regent het vervolgen, remakes en spin-offs. ‘Requiem’ mag dus officieel het negende deel in het verhaal zijn, maar de teller staat in werkelijkheid al op maar liefst 30. Na de fantastische, maar minder traditionele vorige twee delen belooft ‘Requiem’ een soort ‘Resident Evil: Greatest Hits’, en dat heeft zowel voor- als nadelen.
Opgelet: de trailer bevat gruwelijke taferelen
Aan het openingslevel zal het alvast niet gelegen hebben, want dat is een fenomenaal staaltje klassieke survivalhorror. Als het nieuwe personage FBI-agente Grace Ashcroft onderzoek je een serie verdachte overlijdens van personen die één ding gemeen hadden: stuk voor stuk waren het overlevenden van de uitbraak van het T-virus in Raccoon City. Het meest recente geval brengt je naar een uitgebrand hotel waar ook je eigen moeder vermoord werd.
Een gezellige opzet voor een verhaal vol intriges dus, bovendien meesterlijk uitgewerkt. Zodra je het hotel betreedt, zit je namelijk op het puntje van je stoel. De muren zijn zwartgeblakerd, de meubels zijn bedekt met roet en alles rondom je piept en kraakt onheilspellend. En natuurlijk wil je die donkere hoek eigenlijk liever niet gaan onderzoeken, maar uiteraard moet je uitgerekend daar zijn. Enkele flashbacks leren je meer over de geschiedenis van Grace en de locatie, waarna de hel helemaal losbarst.
Ook wordt het tweede speelbare personage geïntroduceerd: de zichtbaar ouder geworden ‘Resident Evil’-veteraan Leon S. Kennedy. Het wordt meteen duidelijk dat zijn bijdrage aan het spel meer gericht zal zijn op actie en het neerknallen van zombies. Het is een wonderlijk stukje sfeervolle én actievolle gaming dat aantoont waarom ‘Resident Evil’ de legendarische status van een genredefiniërende titel verdient.
Never change a winning team
Na die ronduit schitterende intro grijpt ‘Requiem’ terug naar de beproefde formule van oudere ‘Resident Evil’-games: (grotendeels) één locatie, in dit geval een ziekenhuis van bedenkelijk allooi, waar je als Grace van hot naar her moet rennen om bij tijden behoorlijk absurde puzzels op te lossen die je dan weer voorwerpen opleveren om gesloten deuren mee te openen.
Zoals het dit genre betaamt, zal je onderweg hartverscheurende keuzes moeten maken tussen wat je wel of niet meeneemt, want je inventaris is erg beperkt. En uiteraard liggen de gangen en kamers die je doorkruist bezaaid met lichamen die maar wat graag weer tot leven komen om je als snack te gebruiken, en zal je dus moeten kiezen om je weinige munitie te gebruiken om terug te vechten of het op een lopen te zetten.
Joekels van engerds
Naast gereanimeerde ex-patiënten en wijlen verplegend personeel trekt ook ‘Requiem’ weer de kaart van het grote monster dat je gedurende het hele spel op de hielen zit. Te pas en vooral te onpas zal je plots je route moeten aanpassen omdat er schier vanuit het niets een joekel van een gemuteerde engerd op je af komt gestormd.
En het is dit element van de gameplay dat de rek er helaas wat uit haalt bij ‘Requiem’. De eerste paar keer veer je nog op, maar na een tijdje voel je al aankomen wanneer er weer eentje gaat opduiken en is het niet meer zozeer eng, maar vooral vervelend om nog maar eens terug te rennen naar een veilige locatie en daar te wachten tot je weer verder kan.
Zombiehoofd doet ‘boem’
De delen van het spel waarmee je met Leon aan de slag mag, zijn, zoals gezegd, meer op actie gericht. Hier geen (of toch amper) uitdagende omgevingspuzzels en geen veel te beperkte plaats in je zakken voor voldoende vuurkracht.
Het arsenaal van Leon is dan ook veel uitgebreider dan dat van Grace en zorgt voor spectaculair ontploffende zombiehoofden en ander fraais. Het tempo ligt ook een pak hoger dan in de stukken van Grace, waardoor het jammer is dat de nochtans welgekomen afwisseling met Leon vaak van veel kortere duur is dan gehoopt.
Firstperson vs. thirdperson
De twee hoofdpersonages hebben dus elk hun eigen speelstijl, en ook hier grijpt ‘Requiem’ terug naar het verre en minder verre verleden om het onderscheid te maken. Standaard speel je als Grace immers vanuit het eerstepersoonsperspectief, zoals in de jongste voorgangers ‘Resident Evil VII’ en ‘Village’. Leon bestuur je dan weer vanuit de derde persoon, zoals in ‘Resident Evil 4’ en de recente remakes.
Het idee is op papier solide, omdat bij Grace de klemtoon moet liggen op verkenning en een meer beklemmende sfeer, terwijl je met Leon snel moet kunnen reageren. Je hebt echter steeds de mogelijkheid om ook voor Grace de camera naar de derde persoon te schakelen, en omgekeerd voor Leon.
Dat laatste is een nieuwigheid die zeker geapprecieerd zal worden, want de besturing vanuit de eerste persoon voelt jammer genoeg nogal zweverig aan. Het gebeurt al te vaak dat je net op een cruciaal moment tijdens een achtervolging een lichtschakelaar wil aanzetten of een deur wil openen, maar dat niet meteen lukt omdat je niet exact kijkt waar het spel wil. Het is een persoonlijke voorkeur natuurlijk, maar met de camera achter je personage verloopt alles net dat tikje vlotter en strakker.
Beeld en geluid
Op audiovisueel vlak is het duidelijk dat Capcom alles op alles heeft gezet om hun paradepaardje te laten blinken. De omgevingen zijn hypergedetailleerd en, omdat het gebruik van licht een belangrijke rol speelt in het spel, zijn de licht- en schaduweffecten dan ook indrukwekkend realistisch uitgewerkt.
Ook het ontwerp van de monsters is, zoals je van ‘Resident Evil’ mag verwachten, fantastisch. Naast de groteske gruwels die je achtervolgen en die regelmatig een ranzige close-up krijgen, is er ook een uitgebreide variëteit aan ‘gewone’ zombies. Een met het T-virus geïnfecteerde patiënt zwaait bijvoorbeeld wild in het rond met zijn infuushouder, of een zombiepoetsdame is zodanig gefixeerd op de vuile vloer dat je de kans krijgt om er onopgemerkt voorbij te sluipen. Het zijn kleine, creepy details die de spelwereld overtuigend tot leven brengen en extra karakter geven.
Besluit: 8/10
‘Resident Evil Requiem’ doet veel goed. Het spel ziet er geweldig uit, klinkt fantastisch en grijpt in een boeiende, mysterieuze plot eindelijk nog eens terug naar de oorspronkelijke verhaallijnen rond Umbrella en de gebeurtenissen in Raccoon City.
De combinatie van twee verschillende spelstijlen zorgt voor een leuke afwisseling, maar voelt een beetje ongebalanceerd omdat wat op papier eng zou moeten zijn – achtervolgd worden door een onstuitbaar monster – al iets te vaak gedaan is. Omdat veel van de puzzels vereisen dat je constant heen en weer moet rennen, wordt dat op den duur vooral een oefening in geduld en frustratie.