Vijf redenen waarom ‘Grid Legends’ een ritje waard is
Luttele weken voor de release van topfavoriet ‘Gran Turismo 7' nog een nieuwe racegame op de markt brengen: dat is durven. Maar ‘Grid Legends’ legt meer dan genoeg eigen accenten om op zichzelf te staan tegenover zo’n klepper.
Xbox-spelers kregen nog niet zo heel lang geleden ‘Forza Horizon 5', PlayStation-racers hebben volgende week het langverwachte ‘Gran Turismo 7' in hun tengels. Het is dus moedig van racegamespecialist Codemasters om precies nù een nieuwe editie van zijn racereeks ‘Grid’ op de markt te brengen. Maar ‘Grid Legends’ heeft een paar troeven in zijn mouw waarmee het tòch zijn publiek zal vinden.
Grid Legends
Nu uit voor PlayStation, Xbox en pc.
1. Open buffet
Met zijn honderddertig routes, waaronder iconische racecircuits van overal in de wereld en straatparcours in steden als Londen, Moskou, Dubai en Parijs, spreidt ‘Grid Legends’ een open buffet van race-ervaringen voor je uit. Hetzelfde geldt voor het honderdtal wagens die je tot je beschikking hebt om over al die kilometers tarmac te scheuren. Codemasters bedacht ook een systeempje waarmee je zelfs met auto’s kunt racen die je (nog) niet in je garage hebt staan. En dan is er het brede palet aan verschillende wagens, van klassieke touringcars via single-seaters en vrachtwagens tot e-races met elektrische auto’s.
2. Relevant verhaal
Bij de meeste racegames hebben de makers er wel een verhaalcampagne bij bedacht voor spelers die het liefst in hun eentje het circuit opstuiven, maar dat verhaal is ergens op een vrijdagnamiddag in elkaar gestoken. Niet zo met ‘Grid Legends’: codemasters bouwde een verhaal in mockumentary-stijl op, met echte acteurs, dat je ondanks zijn fluttigheid toch in de race weet te houden. Het verhaal, over de opkomst van het fictieve team Seneca Racing, zal geen BAFTA voor beste originele gameverhaal winnen, maar er is meer inspanning in gestoken dan in eender welke racegame die ooit verschenen is.
3. Ongedwongen race-ervaring
De ‘Forza’s’ en ‘Gran Turismo’s’ van deze wereld zijn ontworpen en ontwikkeld vanuit een aan het gestoorde neigende obsessie voor fysisch realisme. Dat voel je, hoewel de makers er natuurlijk ook meer dan voldoende hulplijntjes hebben ingebouwd, ook aan de manier waarop ze worden bestuurd. Aan de andere kant heb je ‘arcaderacer’-reeksen als ‘Need for Speed’, die net keihard inzetten op toegankelijkheid, en het schier onmogelijk maken om ook maar uit de bocht te vliegen. De race-ervaring van ‘Grid Legends’ zit daar mooi tussenin: de game brengt tegelijkertijd ongedwongen souplesse en een petrolhead-gevoel naar het circuit.
4. Rijke traditie
‘Grid Legends’ heeft natuurlijk een minder ronkende naam dan de twee race-iconen, maar vergis je niet: hij volgt op een traditie van racegames die minstens even oud is. De game behoort tot een serie racegames die begon bij Codemasters’ ‘Toca Race Driver’, waarvan de eerste game in 1997 op de PlayStation-console verscheen. Inderdaad, hetzelfde jaar als de eerste ‘Gran Turismo’. En acht jaar vòòr het debuut van ‘Forza Motorsport’.
5. Aartsvijanden maken
De AI van tegenstanders in ‘Grid Legends’ is verdienstelijk maar breekt geen potten. Een innovatie die de boel echter wél wat spannender houdt, is de terugkeer van het Nemesis-systeem uit ‘Grid’ (2019): trek een van je computergestuurde tegenstanders in de race een spreekwoordelijke poot uit tijdens de race, en hij of zij onthoudt het voor een volgende rit, waarin je misschien lik op stuk krijgt. Daar wordt natuurlijk wat mee gespeeld in het singleplayerverhaal, maar het zit ook in de essentie van de game.