Dertig jaar ‘Civilization’: vijf dingen die je moet weten
Deze maand werd Civilization dertig jaar oud. Wat moet je absoluut weten over die bekende reeks beschavingssimulators, behalve dat je er het rijk van de Egyptische farao’s kunt uitbouwen tot een nucleaire supermacht, of de Azteken kunt ontwikkelen tot een volk dat zijn eigen ruimteprogramma heeft? Vijf opstekers over een van de eerste games die, in oktober 1991 dus, maakten dat het medium stilaan serieus werd genomen bij een breder publiek dan alleen verstokte gamers.
1. Bouwen is krachtiger dan vernielen
Terwijl andere gamemakers in 1991 nog bezig waren met banale actiespelletjes (met misschien hier en daar eens een verhalende adventuregame daartussen) kwam game-auteur Sid Meier aanzetten met een game waarin je een wereldrijk moest uitbouwen van het stenen tijdperk tot de huidige information age. Meier lanceerde die eerste game vanuit een ontwerpfilosofie die de afgelopen drie decennia behouden bleef doorheen de zes edities van Civilization: de meeste gamers zien het decor misschien graag in de hens gaan, maar een doorsnee mens vindt bouwen belangrijker dan afbreken. “Het is een diep menselijke eigenschap: het verlangen om het pad van de mensheid vorm te geven en te voeden”, stelde Meier onlangs in een brief aan alle spelers van zijn Civilization-games.
2. De eerste was zijn tijd ver vooruit
Je kunt in Civilization zelf kiezen tussen een oorlogszuchtige, fascistoïde natie of net een democratische, vredevolle, cultureel progressieve samenleving, die militair beschermd wordt dankzij diplomatieke betrekkingen, en eerder een soft power-invloed heeft op andere mogendheden. Klinkt behoorlijk complex voor een game op de pc’s van 1991, niet? Wel, het zat allemaal al in die eerste Civilization. Maar verderop in je beschaving moest je ook bezig zijn met wereldpolitiek en nucleaire dreiging (de game kwam natuurlijk aan het einde van de Koude Oorlog uit), en zelfs de opwarming van de aarde zat al in de simulatie, op een moment waarop dat nog maar nauwelijks in de media werd belicht.
3. Mahatma Gandhi is een nucleaire smeerlap
Een van de tientallen beschavingen in de Civilization-reeks is de Indiase, geleid door Mahatma Gandhi. Een mens die in de menselijke cultuur zo’n beetje de verpersoonlijking van vrede is. Maar niet in Civilization dus: al sinds de eerste game staat de computergestuurde Gandhi onder spelers bekend als een nogal agressieve leider, die er niet voor terugdeinst om atoombommen te gebruiken tegen de vijand wanneer zijn natie wordt aangevallen. Jarenlang werd dat agressieve gedrag toegeschreven aan een programmeerfout, maar bedenker Sid Meier verwees dat naar het rijk der fabelen in zijn vorig jaar verschenen autobiografie Sid Meier’s Memoir! Volgens hem is het idee van een Nuclear Gandhi, zoals het fenomeen op het internet wordt genoemd, grotendeels een kwestie van perceptie, gevoed door een belangrijke ontwerpkeuze in de games: er zitten leiders in Civilization die te allen koste oorlog willen vermijden, en wederzijdse nucleaire dreiging werd in het tijdsbeeld waarin de eerste game verscheen (nog eens: aan ’t achtereind van de Koude Oorlog) nu eenmaal als een manier gezien om oorlog af te wenden. Wat de perceptie wellicht ook voedde, vertelde Meier daarbij, is dat Gandhi’s rijk voorgeprogrammeerd was om sterk te investeren in wetenschap, waardoor het ook relatief snel over nucleaire technologie beschikte.
4. Meier gebruikte geschiedenisboeken voor kids
Tijdens zijn research voor de eerste Civilization dook Meier uiteraard in geschiedenisboeken, maar hij beperkte zich tot populaire, overzichtelijke boeken, waarvan sommige zelfs – zo stelt hij in Sid Meier’s Memoir! – gericht waren op kinderen. “Ik wilde de ervaring van het bouwen van een imperium simuleren zonder te verzanden in de details van hoe bestaande rijken het hadden gedaan”, schreef hij. “Het deed er bijvoorbeeld niet toe dat buskruit oorspronkelijk werd ontwikkeld voor medische doeleinden in China – wat er toe deed is dat je het als beschaving op elk moment had kunnen ontdekken na de perfectie van het ijzersmelten. Je was de geschiedenis aan het herschrijven, niet aan het herbeleven.”
5. Je leert dingen die je niet op school leert
Gamende jongeren hebben een heel specifieke vaardigheid geleerd met games als Civilization, ontdekte de Amerikaanse onderwijsprofessor James Paul Gee in de vroege jaren 2000: ze kunnen supersnel verbanden zien tussen soms tientallen verschillende variabelen. Civilization-spelers die bijvoorbeeld in een vroeg stadium van hun beschaving al wiskunde en houtbewerking hebben ontdekt, staan ook militair sterker omdat ze nu oorlogswapens als de katapult kunnen bouwen. Gee ontdekte dat Amerikaanse scholieren bijzonder sterk zijn in het doorzien van dat soort verbanden, terwijl dat niet in de leerplannen stond. Na wat speurwerk ontdekte hij dat ze het nà schooltijd leerden, in Civilization (maar ook SimCity en Rollercoaster Tycoon, bijvoorbeeld). “Dat klinkt als iets voor op hun cv”, schreef hij in 2003 in het Amerikaanse tijdschrift Wired.