Oorlog is niet altijd een lolletje in 'Battlefield 1' (*****)
We speelden de fel gehypete shooter 'Battlefield 1', en hij is goed. Als in: goéd. Wat de zoveelste doorsnee shooter dreigde te worden is uiteindelijk een game die u, tussen al het geweld door, er geregeld op wijst hoe vreselijk oorlog is. Maar hij betekent ook een creatieve remonte voor het shootergenre, dat de afgelopen jaren dieper en dieper in de oppervlakkigheid wegzakte.
In veel opzichten is Wereldoorlog I-game 'Battlefield 1' een doodgewone first person shooter. Er zitten momenten van pompeus entertainment in, zoals een onvermijdelijk luchtschip dat in de hens gaat. U bestuurt tanks en vliegtuigen in keiharde 'dogfights'. Op een bepaald moment draagt u een Farina-harnas, dat lichtjes doet denken aan het kostuum van Iron Man. Ook de lolletjes werden niet gemeden: raak een Pruisische soldaat met een vlammenwerper recht in de gastank, en hij begint te spartelen terwijl het ding tot onploffing komt.
Maar 'Battlefield 1' is op zijn best tijdens de momenten waarop hij op de rem gaat staan. De ogenblikken waarop de game u lijkt te willen zeggen: "Zo, is dat leuk, zo'n beetje mannetjes afschieten? Mooi, maar vergeet ook eventjes niet hoe godsgruwelijk oorlog is."
Arme drommels
Die toon wordt al gezet tijdens de ouverture van 'Battlefield 1', waarin u een korte opeenvolging van actiescènes krijgt voorgeschoteld met een vijandelijke overmacht die zo groot is dat u wel moét sterven. Een keer of zes, zeven. En bij iedere sterfte wordt u eraan herinnerd dat het, honderd jaar geleden, allemaal arme drommels waren die veel te jong de ogen sloten aan de frontlijnen in Noord-Frankrijk, de Dolomieten of de stranden van Gallipoli, jonge gasten die liever met hun lief in het gras hadden gelegen maar door amorfe machten boven hun hoofd verplicht waren om elkaar aan tripjes te schieten.
Ook in de vijf afzonderlijke hoofdstukken waaruit de verhaalcampagne van 'Battlefield 1' bestaat blijft die teneur hangen. Maar het is niet noodzakelijk een historisch document: als tijdskader werd bijvoorbeeld resoluut het einde van de oorlog gekozen, zodat de makers u moderner wapentuig (zoals mitrailletten) konden serveren.
Retour en forme
Er hangt zelfs een min of meer bewust fantasy-achtig sfeertje over de game, dat volgens de makers met terugwerkende kracht werkt: Wereldoorlog I heeft heel wat elementen van onze moderne populaire cultuur geïnspireerd, van 'Lord of the Rings' via 'Star Wars' tot de Marvel-superhelden, en de Zweedse ontwikkelaars van 'Battlefield 1' ontwierpen hun game in zekere zin vanuit die interpretatie. 'Battlefield 1' is, los van zijn goed gebalanceerde anti-oorlogsboodschap, ook een retour en forme voor het genre van de first person shooter.
De multiplayersectie forceert u zachtjes tot samenspel met andere strijders, die u moet helpen om de frontlijn in de juiste richting te duwen. En de verhaalcampagne levert u, los van alle oorlogspoëzie, het soort epische tableaus die ondergetekende al niet meer had gezien in een shooter sinds de WO II-game 'Call of Duty II' (2005). De combinatie van die knalorgieën met momenten van reflectie, en de perfecte balans tussen de twee, maakt van 'Battlefield 1' een moderne klassieker in het medium. Een game met de ruwe kracht van een mortierinslag.
'Battlefield 1' is uit voor PlayStation 4, Xbox One en Windows.