'Ryse: Son of Rome' hakt er (eventjes) in
Als lanceringstitel voor de Xbox One deed 'Ryse: Son of Rome' het niet geweldig, en de zopas gelanceerde pc-versie trekt alleen de (al behoorlijk sterke) visuele pracht van de game nog een beetje op. Het blijft doodgewone, ouderwetse, repetitieve 'hack 'n' slash'-meuk. Maar misschien hou je daar toevallig wel van.
De barbaren bonken niet alleen tegen de poorten van Rome: ze hebben ze al met veel vertoon ingetrapt en leggen de boel stevig in de hens. Zo begint 'Ryse: Son of Rome', een sfeervolle actiegame van de Duitse studio Crytek, waarin je hoofdpersonage in zijn wraakqueeste opklimt van eenvoudige soldaat tot honderdman in het Romeinse leger, en tijdens die beginsequenties de laatste verdedigingslinie vormt tussen keizer Nero (ja, hij die op zijn luit speelde terwijl Rome stond te branden) en de joelende barbaren die de stad binnenvallen. Het is het begin van een singleplayercampagne waarin je je vooral lijfelijk verweert tegen de oprukkende Britse wilden, die actie gepaard gaat met liters bloed en kliederende ingewanden, en die 'gore' zelden zo knisperend op je scherm kwam als in deze game. Crytek staat vooral bekend voor zijn eigen 'CryEngine', een stuk onderliggende software die de fysica en het gedetailleerde decor in videogames regelt, en deze game lijkt - net als zowat àlle games die het Duitse huis op de markt brengt overigens - in de eerste plaats een demo voor die eigen technologie van het bedrijf. 'Ryse: Son of Rome' is een game die vorig jaar al op de markt kwam, als lanceringstitel voor de Xbox One, maar dit najaar twee keer een herkansing kreeg: eerst opnieuw als lanceringstitel, bij de tweede Xbox One-launch die deze keer ook ons land aandeed, daarna in een pc-versie die uitgever Deep Silver enkele weken daarna op ons losliet. Niettemin kan de game, in visuele zin, nog gerust mee met het gloednieuwe werk dat dit najaar uitkomt: aan de presentatie schort in ieder geval niets.
Wat niet helemaal kan worden gezegd over de gameplay van deze nogal ouderwetse titel. Het gevechtssysteem gaat nog wel. Je krijgt niet het snedige knoppengeram van een 'God of War' of 'Dante's Inferno', maar in plaats daarvan vecht je in de trant van de recentste 'Assassin's Creed'-games, met een systeem dat eerder gebaseerd is op ritmiek en afweren. De helft van de actieknoppen op je controller gaat over het blokkeren van een aanval of het wegrollen van een heftigere slag, en met de twee andere knoppen sla je toe - die constante tweestapsgameplay bepaalt het vechtritme van 'Ryse: Son of Rome'. Maar dat is tegelijkertijd de handicap van de game: er is bijzonder weinig variatie in tegenstanders, de afwisseling in gameplay (soms moet er eens met grote oorlogstuigen worden geschoten) maakt al helemààl geen verschil, en in tegensteling tot het snellere ramwerk van andere actietitels wordt het snel erg repetitief.
Ryse: Son of Rome
Graphics
Voeg daarbij de relatief korte duur van de singleplayercampagne (6 tot 7 uur, ongeveer even lang als een doorsnee 'Call of Duty'-aflevering), het slappe verhaal (het thema 'bloedwraak voor een uitgemoord gezin' wordt nog maar eens van stal gehaald) en de nog meer in herhaling vallende arenagevechten waaruit de multiplayer bestaat, en we kunnen meteen concluderen dat 'Ryse: Son of Rome' niet meteen een winnaar is. Geen enkele van de manco's die we zonet opsomden is per definitie een gamebrekende handicap: heel wat spelers, vooral zij die weinig tijd hebben, houden net van een kortere verhaalcampagne, en de repetitieve aard van de gevechten kan evengoed ontladend zijn. De manier waarop je bonuspunten na een rake slag kunt omzetten naar nieuwe 'health' of grotere schade voor de volgende lel die je uitdeelt, is bovendien een nieuwigheidje dat voor ons zelfs school mag maken in dit genre. Maar als je constant wilt worden uitgedaagd en verrast, moet je in een andere game dan 'Ryse: Son of Rome' het zwaard ter hand nemen.
'Ryse: Son of Rome' is uit voor Xbox One en pc.