'Strike Suit Zero' vliegt in rondjes
'Space Combat'-games waren ooit een bloeiend genre, maar fans van dat soort spellen blijven vandaag stevig op hun honger zitten. Dat geldt ook nadat ze 'Strike Suit Zero' hebben gespeeld, een downloadbare game die het genre opnieuw onder de aandacht probeert te brengen maar verzandt in ondraaglijke repetitie.
Zo snel als pc's en gameconsoles 3D-werelden konden tevoorschijn toveren, vijfentwintig jaar geleden, doken ook de 'Space Combat'-games op. Het waren ruimtetuigsimulatoren waarin het simulatie-element zwaar werd vereenvoudigd, om plaats te maken voor iets veel belangrijkers: zwaar brokken maken in het luchtruim. De ruimtegevechtsscènes in de 'Star Wars'-films, zeg maar, alleen met uzelf achter de stuurknuppel. In die tijd ontstond er dan ook een wildgroei aan dat soort games, met reeksen als 'Wing Commander' en 'Colony Wars' op kop. De aandacht voor space combat-games vervaagde echter met de jaren, en de afgelopen tien jaar hebben we - eenzame uitzonderingen als 'Project Sylpheed' en 'Battlestar Galactica Online' niet te na gesproken - zelfs bitter weinig nieuwe games uit het genre zien opduiken.
Wat dat betreft is een game als 'Strike Suit Zero' dus per definitie welgekomen, alleen al omdat het u nog eens de kans geeft om met een schietend ruimtetuigje ten strijde te gaan. De game brengt u in een redelijk cliché oorlogsplot, waarin de intergalactische strijd tussen de centrale aardse overheid en een separatistisch leger uit de kolonies centraal staat, en waarin u als gevechtspiloot voor Moeder Aarde mag knokken. Uw gevechtsjager laat zich bijzonder vlot besturen (de linker duimstick beweegt uw vleugels, de rechter de kleinere jetmotoren aan de zijkant van uw tuig), er is een naadloze correlatie tussen de snelheid die u maakt en uw wendbaarheid (hoe hoger de eerste, hoe lager de tweede, en omgekeerd), en u vliegt van de ene mini-euforie naar de andere wanneer u net een vijandelijk tuig in de vernieling hebt geknald.
Best een prima spelletje, denkt u dan. Ook al omdat het zijn predikaat 'Director's Cut' niet helemaal gestolen heeft: het is een PlayStation 4- en Xbox One-remake van een game die vorig jaar al voor de pc verscheen, en de decors zien er inderdaad bloedmooi uit. De makers waren ook zo slim om u nooit echt in de duisterste regionen van de ruimte te doen terechtkomen, zodat er altijd wel elementen aan de achtergrond zijn (onze planeet, of een neveltje) waarop u zich weer kunt oriënteren nadat u uw zoveelste schroefbeweging hebt gemaakt. Ook de gameplaymechanieken, met boordkanonnen en raketten, en de mogelijkheid om uw tuig te veranderen in een 'Transformers'-achtig gedrocht, zitten het spel als gegoten.
Wat is dan het probleem, zegt u? Dat u het spel snel beu zult worden. De missies die u moet afronden gaan nooit verder dan 'vlieg naar punt A, en knal daar X vijandelijke schepen af', eventueel herverpakt tot escorte- of beschermmissies. Op langere termijn verliest het spel zichzelf in eindeloze repetitie, en veroorzaakt zo het enige wat niet had mogen gebeuren nadat u jarenlang verstoken bent gebleven van een goeie space combat-game: dat u het weer eventjes gehad hebt met dit genre.