'Trials Fusion' leert u met vallen en opstaan
De motorcrossgame 'Trials Fusion' komt van ver: hij ontstond uit een doodeenvoudig spelletje dat niet eens zo lang geleden nog gewoon kon worden gespeeld in een webbrowser. En ziet: met 'Fusion' maakt de reeks zijn debuut op keurige hedendaagse consoles als de PlayStation 4 en Xbox One. Maar beantwoordt 'Trials Fusion' wel aan de eisen die spelers stellen aan een huiskamergame?
Wat zal u de pest hebben aan 'Trials Fusion', toch ongeveer het eerste uur dat u de game speelt. Het fysische realisme dat de Finse makers van deze parcoursmotorcrosser in hun productie staken, maakt de game schijnbaar onmogelijk om te besturen: één keer te ver voor- of achteroverhellen na een sprong, en u gaat onverbiddelijk op uw smikkel. Bovendien zijn de parcoursen een tikkeltje extremer dan degene die echte motorcrosspiloten moeten trotseren: het zijn fantasielevels in 2D, die u via de onmogelijkste 'ramps' de lucht in katapulteren. U moet dus niet alleen de hyperrealistische fysica van deze game de baas kunnen, maar ook nog eens door 'Super Mario Bros.'-achtige platformlevels geraken zonder al te veel in het stof te bijten.
Dat is tenminste hoe de game eruitziet, en hoe u hem instinctief gaat spelen. Maar tijdens dat hardvochtige eerste uur leert u stilaan dat u het verkeerd aanpakt. Denk niet 'Super Mario Bros.': denk eerder 'Angry Birds'. Uw positie op de motor is niet één op één, maar springt tussen drie verschillende houdingen, en u moet op ieder moment de juiste daarvan kiezen. Voor een groot stuk is 'Trials Fusion' een puzzelgame dus, waarin u de fysica van de speelwereld moet inschatten. Net als een 'Angry Birds'. En eens u dat punt voorbij bent, wordt 'Trials Fusion' ineens wèl dolletjes. Zeker aangezien er vanaf het punt dat u het spelletje doorhebt nog erg veel extra te leren is: zo gauw als u hebt geleerd om op de juiste manier neer te komen, kunt u tijdens de sprong meer en meer acrobatische kunstjes uithalen (de linkerstick bestuurt niet de motorfiets, maar uw benen), die dan weer schoonheidspuntjes opleveren. Zo groeit 'Trials Fusion' van een frustrerende ervaring stilletjes naar een ongecompliceerde, snackbare pleziergame.
Met zijn medaillesysteem is 'Trials Fusion' bovendien een bijzonder herspeelbaar spel, dat u uitnodigt om zelfs de met succes afgeronde parcours nog eens opnieuw te proberen om ze nog beter te doen. En dan is er de multiplayer, die absoluut lachen is als u ten eerste zelf weg bent met de game, en hem ten tweede speelt tegen andere spelers die er ook bedreven zijn geraakt. Maar hier zit hem het venijn: de hoge leercurve in het begin weerhoudt 'Trials Fusion' ervan om de snel oppikbare partygame te worden die hij had kunnen zijn. Bovendien bulkt de game van geforceerde leukigheid (windturbines uit het decor die in elkaar zijgen terwijl u een crossparcours afrondt? Kom op!) en is de visuele presentatie - vooral de animaties en de partikeleffecten in de achtergrond - ondermaats voor een game die op de 'next-gen'-consoles draait, en huiskamergamers moet verlekkeren. Onze gok? De 'Trials'-games worden (of zijn al) een genre op zich, met een grote niche aan fanatieke en hoogbedreven spelers, maar missen het appeal om echt een grote franchise te worden.