Studie linkt autisme aan DNA van neanderthalers
Bepaalde genetische eigenschappen die de moderne mens heeft geërfd van de neanderthalers zou ons meer vatbaar kunnen maken voor autisme. Dat blijkt uit een nieuwe studie van onderzoekers van de Clemson en de Loyola University New Orleans.
De moderne mens heeft gemiddeld ongeveer 2 à 3 procent DNA van de neanderthaler in zich. Personen met autisme hebben geen hoger percentage van dat neanderthaler-DNA in hun genoom dan wie niet lijdt aan ASS (autismespectrumstoornis). Maar de onderzoekers van de Clemson en de Loyola University New Orleans ontdekten wel dat een subset van genetische varianten afkomstig van de neanderthaler vaker voorkomt bij personen met autisme in vergelijking met de algemene bevolking. Het gaat over specifieke genetische markers (genen of DNA-sequenties) die significant verrijkt zijn in zowel Europese als Afro-Amerikaanse gevallen van mensen met autisme.
De resultaten suggereren dat DNA afkomstig van neanderthalers een belangrijke rol speelt in de gevoeligheid voor autisme bij grote populaties in de Verenigde Staten. “Dit is het eerste bewijs waarvan ik weet heb dat aantoont dat neanderthaler-DNA gelinkt is met autisme”, zegt Alex Feltus, professor aan de afdeling Genetica en Biochemie van de Clemson-universiteit.
Vroegere diagnose mogelijk
Maar het is niet omdat iemand die bepaalde varianten afkomstig van neanderthaler-DNA in het genoom heeft, dat die persoon ook autisme gaat ontwikkelen, aldus nog Feltus. “De hypothese is niet ‘Hebben neanderthalers ons autisme gegeven?’, maar dat neanderthalers ons hebben opgezadeld met enkele genafwijkingen, die tot een hogere gevoeligheid voor autisme leiden”, legt Feltus uit. Volgens de professor zou het onderzoek een vroegere diagnose van autisme kunnen mogelijk maken.
Uit eerder onderzoek bleek al dat neanderthalers en onze voorouders ooit geslachtsgemeenschap met elkaar hadden, toen de moderne mens (homo sapiens) 54.000 jaar geleden vanuit Afrika naar Azië en Europa migreerde. De neanderthalers waren toen al in Europa, waar ze zo’n 400.000 jaar geleden opdoken. Europeanen en Aziaten dragen vandaag nog altijd neanderthaler-DNA in zich. De nieuwe studie doet nu ook langetermijneffecten van die kruising vermoeden op de organisatie en functie van de hersenen.
Wetenschappers hebben sinds 2010 - toen de eerste volledige sequentie van het neanderthalergenoom gepubliceerd werd - DNA van neanderthalers al in verband gebracht met verscheidene menselijke gezondheidsproblemen, zoals auto-immuunziekten, allergieën, huidziekten, prostaatkanker, diabetes type 2, schedelmorfologie, depressie en bescherming tegen schizofrenie. Waarschijnlijk boden de meeste genen van de archaïsche mens in de prehistorie bescherming. Maar sommige ervan kunnen vandaag ziektes veroorzaken, omdat onze moderne levensstijl en omgeving nu helemaal anders zijn.